Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i6o

LIEFDESBRIEVEN

Lief, Hierbij zend ik je het stuk uit den Spectator, dat ik voor je heb overgeschreven. Heb ik nu geen gelijk te zeggen, dat van Nouhuys is een lieve, goede, trouwhartige oude heer? En had je dit wel van hem verwacht? Ik wou je iets vragen, iets, wat ik tot mijn grooten spijt heelemaal vergeten heb, toen ik in Bussum was. Ik had dat vertaalde vers van jou in de ie afl. van De jonge Gids, je weet wel: „Les cloches sonnent, sonnent ma fin..." door „Un lache anonyme" zoo graag willen overschrijven. Wil jij 't nu voor me doen, als je eens tijd hebt, alsjebelieft, Lief? Hopelijk en waarschijnlijk zal je bijgaand stuk wel kunnen lezen, is 't niet? Ook herinner ik me opeens, dat je me vroeg, of dit fragment in Okeanos stond:

„Zeus zag 't en stond en op zijn oogen viel En op zijn ziel de half-geheven slip..." enz.

en dat ik toen zei: „ja". En hu zie ik, dat het in den tweeden bundel is gepubliceerd, vandaar dat ik het kende. En dan wou ik je ook voor de aardigheid zeggen, als je soms De Heer van de State leest, dat de daarin beschreven State eigenlijk is Huize ter Meer te Maarssen, waar wij zelf hebben gewoond.

O, Lief, wat maak je me toch eindeloos-gelukkig en rustigtevreden door je brieven. O, als ik die niet had, dan zou ik nergens meer belang in stellen, en maar stilletjes leven voor mij heen, treurend en terug-getrokken. O, het is zoo goed van je en zoo lief, me zooveel te schrijven. O, ik heb het zoo noodig, Lief! Al komt je geschreven woord niet zoo onmiddellijk tot me als het gesprokene, het is me zoo dierbaar, omdat jij het zendt, en het geeft me zoo'n troost en bemoedigt me zoo! Ik ben nog niet in evenwicht met mijzelf; de gewoonten en het daaghjksche doen van thuis zijn nóg niet volkomen, als zoo-behoorend, tot me doorgedrongen; het is me of ik jaren ben weg-geweest, en in dien tijd heel anders ben geworden. Telkens zie ik weer iets, dat me een hchte verbazing geeft, en wat ik vroeger heel-natuurhjk vond, - tenminste ik merkte 't niet. Ben ik dan zoo veranderd? En is dat goed of niet? O, dat denken, dat denken over mijzelf! Immers, ik kan toch nooit tot klaarheid komen...

Vanmiddag onder het eten kwam je brief met spoedbestelling. Ik ben toen weg-gegaan, en heb hem op mijn kamertje gelezen.

Sluiten