Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

186

LIEFDESBRIEVEN

1

en de rest van de menschen zijn als een schouwburgvertoomng om ons heen, waar wij midden-in zitten, dan zien we elkander aan en glimlachen en worden het eens. Ik verzeker je: spot is heelemaal niet mijn daaglijksch brood, maar alleen een specerij, die soms voor den dag komt, als ik lang en bitter ben gegriefd; en hardheid heb ik alleen, waar ik hardheid ontmoet, maar dan is de mijne ook van ijzer. Vind je nu iets naars of iets antipathieks in wat ik hierover mezelf gezegd heb, zeg het dan, bid ik je, open en ronduit. Ik zal er heusch niet boos om worden, maar nagaan, wat ik aan mezelf veranderen kan, om tot een betere harmonie met jou te komen.

Met een zoen op je hand

jouw Willem-voor-altijd

* *

Liefste, ik was een brief aan je begonnen, een niet-aardigen, voorgewend-vroolij ken brief, maar bij 't overlezen trof me zelf de gemaakte en daardoor harde toon, en ik stuur hem je dus niet! Ach, Lief, wat is het toch moeilijk te leven! Wat doe ik hier op de wereld, wat ben ik, waarvoor besta ik toch! Ach, ja, jij bent nu wel zoo goed te zeggen, dat ik noodig ben voor jou, maar, ach, dat is eigenlijk maar een gedachte, een meening, een schijn. Want hoe lang heb je geleefd, heb je kunnen leven, zonder mij, zonder dat je wist, dat ik bestond! En waarom zou ik dan nü opeens iets onmisbaars voor je zijn? Waarom houd je van me? Of liever: waarom dénk je, dat je van me houdt? Weet )e, wat liefde is? Weet je, wat geluk is? Ach, 't zijn immers maar woorden, 't Zijn immers maar klanken, maar namen voor begrippen, die nooit iets anders dan onbestaanbaarheid zijn. O, ik weet niet, wat ik wil, - wat ik zóu willen zelfs! Soms komt er een wilde drang in me op, om je te smeeken: „Laat me toch gaan! Verplicht me toch niet tot leven!

Verbeeld je toch niet, dat je om me treuren zou, - ach, je zou me zóó gauw vergeten! Ik ben maar zoo'n onbeduidend onderdeel van je bestaan, - ach, eigenlijk heelemaal niets! En o, het leven is zoo bruut en zoo wanhopig-banaal en zoo vermoeiend, vermoeiend, o!

O, waarom gaan we toch niet samen weg! Waarom slepen we onze zware dagen maar voort, gedwee, en slaaf sch, en onderworpen,

Sluiten