Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i88

LIEFDESBRIEVEN

Ik wou, dat je hier was, ik heb zulke vervelende dingen, en die maken me vandaag een beetje triest. Ik deed misschien beter met erover te zwijgen, maar dan denk ik weer: zij is niet alleen een gevoelig maar ook een verstandig meisje, en 't is beter, dat ze alles van me weet. Zij zal er toch niet heelemaal door neergeslagen worden. O, Jeanne, ik kan je niet zeggen, hoeveel ik van je houd, hoe diep en innig ik je menschelijk Zijn liefheb, hoe jij een heele wereld voor mij bent. Jij bent voor mij als een open, een zonnige plek in een grauwen nevel, waar ik na veel geworstel eindelijk aan zal landen, en waar ik altijd zal mogen blijven zonder groote of ernstige smart. Maar ik wou, o, zoo graag, dat ik voor jou ook wat mocht zijn, dat jij mij ook een beetje kon zien in je toekomstige leven als iets vasts en onveranderlijks in wil en gevoel, waar je geheel en al op kunt vertrouwen, en dat alles voor je wil zijn, wat je ook maar verlangen mocht. Ik zou nu deze heele bladzij wel willen volschrijven met niets anders dan: „Ik verlang naar je, ik verlang naar je", en dat zou wel mijn innerlijk Zijn weergeven, maar voor jou was het toch vervelend, om niets anders te zien, en het gaf mij tóch niets.

Vanavond schrijf ik hoogstwaarschijnlijk wel weer. Nu moet ik eten. Touw altijd liefhebbende

Wülem

* *

Lieve, beste, goede Lief, Zooeven vond ik je heerlijken, heven brief, waar ik o, zoo bhj mee ben, omdat hij wel een antwoord schijnt te zijn op den droevigen brief, dien ik je gisteravond zond. Je zal je dien wel niet hebben aangetrokken, want ik sprak ook wel eens zoo, maar je zal er toch wel niet aangenaam door gestemd zijn geworden. En is dat nu niet vreeselijk toevallig, Lief? Jouw brief is afgestempeld 8-9 n.m., dus op den^elfden tijd ongeveer schreef ik aan jou, dat ik op aarde eigenhjk overbodig was, en jij aan mij: „jouw bestaan is absoluut noodzakelijk voor het mijne". Ik kan je niet zeggen, hoeveel goed me dat heeft gedaan, vooral omdat ik na elkaar drie nogal koele, redeneerende brieven van je ontving. En nu beloof ik je, Wülem, dat ik mijzelf eens flink aanpakken zal, en jou voortaan niet dadelijk bij eiken zweem van geestehjke malaise daarvan op de hoogte brengen zal, ik beloof het

Sluiten