Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

191

Voel je nu, weet je nu, liefste, dat je niet iets, maar alles in mijn leven beteekent? Voel je nu, dat er kracht van je uitgaat ten goede, die opwekt tot leven, die levensmoed geeft? Want die levensmoed, dien ik kreeg, werd niet veroorzaakt, - dit moet je er bij weten, door de gedachte, dat ik een meisje had, maar alleen door de ge* dachte, dat dat meisje Jeanne R. v. S. was, zooals ik haar ken.

Geloof me, Jeanne, ik heb je niet alleen hef als vrouw, als zielssterke, heerlijk-aangename, Heve vrouw, maar ook heb ik je diepHef als mensch.

Geheel en voor altijd

jouw eigen Wülem 13 Juni '99

AUerliefste, Eenige,

Verster heeft wat bij mij zitten praten, en toen was ik heel kalm en gewoon met hem. Maar nu hij weg is, bevangt de emotie mij weer. Want ik heb je treurigen brief gekregen. Lief, droeve Lief, mag üc even tegen je redeneeren? Zie eens. Het Leven, de Werkeüjkheid in zijn geheel op zichzelf is natuurlijk noch vroohjk, noch treurig, noch ellendig, noch mooi. 't Is objectief gezien niets als een combinatie van dingen, toestanden en gebeurtenissen. Het wordt alleen naar of prettig, doordat de menschen het zus of zoo zien. En dat komt geheel door de menschen zelf, hun temperament of hunne omstandigheden. Want het leven op zichzelf is noch naar, noch prettig, het wordt zoo aheen door het zien. Of hoe is het anders mogelijk, dat Goethe b.v. het prettig vond, een uiterlijk rustig en kalm man, die toch waarachtig niet in een roes van zelfverblinding leefde. Daarom, o, Jeanne, houd moed. Als wij later altijd samen zijn, dan zal Üc natuurlijk veel met je praten en je langzaam-aan mijn levensgevoel geven, waardoor je in je trieste oogenbhkken gelaten-berustend, m je vroohjke des te vrooUjker wordt. Ik smeek je, Jeanne, geloof in mijn kracht en goeden wü, en houd je aan dat geloof als een anker vast, wanneer de levensweemoed je bevangt. Beloof je dat? En daarom, Jeanne, vraag ik je, tracht wat van mij te houden, probeer of je mij misschien wat

Sluiten