Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

194

LIEFDESBRIEVEN

zal ik je het handschrift -) laten zien, en je misschien zeggen, wie het is. Het is dezelfde, die in het Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage een aardige recensie over mij, ik wil zeggen over Impressies geschreven heeft. Maar je moét me heusch, heusch zeggen, hoe jij dit comieke zaakje vindt. Zal je, Lief? Ik zou nog haast het grappigste vergeten: ik ken dien mijnheer Wijnandus persoonlijk niet.

Ik denk, dat ik je straks weer schrijven zal. Dag, mijn Beste, Lieve, Goede!

Voor altijd

jouw eigen Jeanne

* *

Beste, lieve Willem, Nu heb ik je antwoord ontvangen op mijn droevigen brief. En ik dank je er voor. Het was zoo kalm-opbeurend en troostgevend-rustig, o, 't heeft me zoo heel-aangenaam aangedaan. Maar, Lief, je zegt, dat het, 't leven mooi of leelijk zien alleen voortkomt uit den mensch zelf, nietwaar? en dat het leven eigenlijk alleen datgene is, wat de mensch er van maakt. Heb je dat

i) Dit handschrift luidde:

Aan onze jongste dichteres. Voor Jeanne Reyneke van Stuwe.

Je hebt een mooie ziel, een zijën ziel, Een teère vrouwenziel, die niet wil leven In 't nieuwe, rooie, ruwe, rauwe streven

Der vrouwen, wien de trouw bezwaarlijk viel.

Heel stil neem ik je verzenboek en kniel, om 't vrouw-gebed, zoo zacht aaneen-geweven, Pieus, in adoratie, mee te pree'ven,

Het vrij gebed van vrome vrouwenziel.

*

Sereen en teer verklanken mij je zinnen Je vragend opzien tot den hoogen hemel, Je meiend toeven onder star-gewemel,

Je zonnig, zonder zwoegen, zangen-winnen.

Ik ben heel blij met zóó eenvoudge woorden, Zoo zachte, reine zang van lijdensblije accoorden.

Wijnandus.

Sluiten