Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

*97

met hem gesproken over de zaak-van Looy, daarna bij de familie Coorengel thee gedronken, en ten slotte hebben ze mij met zijn vieren naar het Centraal Station gebracht, waar ik natuurlijk zeer gevleid door was.

Mevrouw is tweeënzestig jaar,

En Willem heeft een goed oogje op haar.

Vind je niet, dat ik mal doe? Dat komt, omdat ze allemaal zoo hartelijk waren, en hartelijkheid heb ik niet al te veel in mijn leven gehad. O, Jeanne, snoes, hartedief, bedenk dat wel terdege, en zeg daarom nooit meer, dat je nujeigenlijk te veel schrijft, door mij te vragen, of ik dat niet vind. Want jouw brieven zijn mij oasen in de woestijn van mijn daaglijksche leven, waar ik doorheen trek met de kameelen, die mijn huisgenooten zijn. Ik loop er heel gedwee naast, en ik ben 't niet, die de kameelen aan de leidsels houd en ze doe loopen, neen, ze mennen mij integendeel, en laten mij draven of galoppeeren, naar het hun belieft. Want niets is ongeregelder dan dit huishouden, en daar heb ik mij naar te voegen natuurlijk in alle opzichten, of er zou ruzie komen, en ruzie, daar houd ik heelemaal niet van. Ik laat veel liever alles maar over mijn kant gaan, en doe precies, of ik er tevreden mee ben. Want dat ligt nu eenmaal zoo in mijn aard. Heusch, Jeanne, je zult later merken, dat ik heelemaal niet grillig ben, en mij heel goed kan schikken naar de invallen van een ander, als die invallen maar niét zijn: opzettelijk kwaad-bedoeld. Ik ben, geloof ik, wat men noemt, in het dagelijksch leven, een makkelijk mensch.

Morgen schrijf ik je wel over de zaak, want ik ben nü een beetje zaken-moe. Over 't geheel waren de resultaten, met Hein, nogal voldoende. Hij is een beste, en wat meer zegt, een goede en een zuiver-eerlijke vent.

O, die Coorengel-optocht naar het station. Ik voelde me, toen ik zoo hep, op het Damrak o.a. nog net als een kind, alleen veel sterker, en (lach niet)! wijzer. Dat gevoel van een wijs en gelukkig kind te zijn, heb ik tegenwoordig zoo dikwijls, Lief! En dat komt, o, mijn aangebeden schattebout (excuseer weer het woord s.v.p.) heelemaal alleen door jou en je goddelijke brieven, die mij voeren, als een vlucht zachte duiven-wieken, door de tuinen van je zielsleven rond. Daar zijn wel donkere boschjes en lanen, waar soms een wielewaal melancholisch fluit, maar, och, Lief, 't is toch jouw

Sluiten