Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

211

lang naar zoek? Is het dit: dat mijn gevoel wordt geleid door mijn verstand, en dat mijn gevoel wèl hevig is, maar ook snel weer voorbij door de overheersching van mijn verstand, dat ik meer denkster dan droomster ben?

Willem, wat zijn brieven toch nare, onvolmaakte middelen tot het doel: het onderhouden van een volledige gedachten-wisseling! Het zijn maar kleine, niet-geregdd-aan-elkaar-passende stukjes van ons zieleleven, - onaf en dikwijls onbegrijpelijk daardoor. Brieven zeggen veel te weinig, öf veel te veel, omdat alles moet worden saam-gewrongen in een beknopten vorm; men krijgt er niet onmiddellijk antwoord op, zoodat daar weer een direct gezegde op volgen kan, - en komt het antwoord eindelijk, dan is het van veel minder belang, dan het oogenbhkkehjk zou zijn geweest, omdat in dien tusschentijd weer heel andere onderwerpen zijn geëntameerd. Ik houd niets van brieven, tenminste nü niet meer, nu ik de waarde ken van het gesproken woord; ik kan er niet goed meer aan wennen, mi ik aan je gesprekken gewoon ben geraakt. En jij bent in je brieven veel koeler en meer-op-een-afstand, dan je dat ooit in werkelijkheid was. En dan ben je me zoo vreemd en hjkt zóó ver van me verwijderd, dat ik allerlei gezegden en daden van je in mijn geheugen moet oproepen, om te weten, dat jij de mensch bent, dien ik eenighjk liefheb met alles wat in mij is, en die óók zegt te houden van mij, - de mensch, die mij van alle andere menschen op^ de heele wereld het naast is, het allernaast. Als ik aan je denk, is 't soms net, of ie twee verschillende mannen ben; de eene was 't, die met levende lippen mijn handen kuste, die mij het gelooven,' dat ik hem gelukkig maakte, en die soms opeens, een beetje weemoedig, zeggen kon: „Je wéét niet, hoeveel ik van je houd". De andere staat van me af, en praat tegen me, heel vriendelijk en welwillend, soms ook een beetje kalm-verstandig en koel, over allerlei kwesties van gevoel en verstand, - hij geeft mij practischen raad, en helpt me, waar hij kan; hij is geen minnaar, maar een hartelijk vriend, - hij zegt wel eens gevoelde dingen, maar meestal zijn ze beredeneerd. De eerste man is de man van het ongesproken woord, dat vermoed en gevoeld moet worden - de tweede is de man van het uitgesprokene. En daar sta ik soms een beetje vreemd tegenover, - hij is mij niet zoo na, ik ben niet zoo eigen met hem.

Begrijp je dit, Lief, aües wat ik hier heb gezegd? Of heb ik me weer, op Jeanne's manier, heel dwaas aangesteld? Ach, toe, ver-

Sluiten