Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

229

Bussum, Parkzicht 18 Juni '99

Allerheerlijkste en liefste,

Het is rniddernacht, maar ik wü je toch nog even schrijven, dan breng ik dezen morgenochtend weg. Vandaag heb ik een brief voor je in Amsterdam op de post gedaan, dien je nu al hebt ontvangen, als ie dezen krijgt. Ik ben bij Hein geweest, en heb van, middag bh de Coorengels gegeten. Ik heb met hem gesproken over de zaak, die er nu wel wat gunstiger vóórstaat, en ik meld ie dit om je gerust te stehen. Maar lastig, en onzeker van uitslag blijft zé natuurlijk altijd. & 1

eerfande/611 2akenbrief)e' maar morgen schrijf ik natuurhjk Een uur na dien brief, waarin ik vraag: Weet jij ook soms een boek om te vertalen? heb ik je nog een Briefje geschreven, waarin ik je voorstel Walden van Thoreau. Daar krijg ik dus Maandag9 ^XiLf jC ^ —hrikkehfk

Geheel jouw eigen

Wülem

Lieve, beste, Wat heb je mij een aardigen, prettigen brief geschreven (Niet dat met al je brieven aardig en prettig zijn, mtar deze heeft me zoo opgeruimd gestemd.)

O, Lief, als je zóó gaat spreken, dan zijn immers al onze daden egoïsme? Want ik geloof, dat er niemand vriendelijk of hef of hulpvaardig is tegen zijn zin, en zoo zouden dus al die mooie dingen m* voortkomen uit een zuiver gevoel maar uit zelfzucht, die waarschijnlijk onbewust, maar toch Vlfyucht is. Of zeg je 't maar alleen, omdat ik met zoo sterk voelen zal, hoe weinig ik maar ben voor jou?

Mama gaat gelukkig vooruit, de dokter is nogal tevreden. Bi heb haar je groeten gegeven (ik heb gezegd, dat die altijd zijn in* gesloten) maar toen ik haar overbracht „dat haar dochter een engel is , vroeg zij, aangezien zij vier dochters heeft: „Welke?" Ik vermoedde wel zoo'n beetje, wie er door jou bedoeld werd (je weet

ben g°ed °P de hoogte van mijn innerlijke persoonhjkheid -

Sluiten