Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

246

LIEFDESBRIEVEN

Bij Koderitsch 21 Juni '99

O, liefste Jeanne, ik ben diep getroffen door je vers en je een beetje treurige brieven. Ik begrijp je, ik gevoel je zoo, en heb zoo'n innig medelijden met je. Maar 't is een medelijden, dat niet hopeloos is. Zie, ik ben inwendig, vroeger, net zoo geweest als jij, - misschien nog erger, omdat ik absoluut niets had in de dingen buiten mij, wat eenigszins als tegenwicht tegen mijn innerlijk getob met de levenssmart had kunnen dienen. Jij hebt tenminste je bloedverwanten om je heen, die beste, goed-wiflende en lieve menschen zijn, en je hebt een aanstaande, die, aldoor voelende zonder ophouden, diep met je sympathiseert, en die alles voor je over heeft. En je hebt nu een toekomst vóór je gekregen, die, dat beloof ik je, heerlijk zal zijn. Jeanne, jij maakt nu een ander mensch bovenmate gelukkig; kan dat bewustzijn dan niet, - ik zeg niet je smart te niet doen, maar baar verzachten en temperen tot een soort van kalmen, fijnwellustig geproefden weemoed, die wel onder al je denken en voelen blijft liggen, maar het toch niet overheerscht, zoodat je, ook voor je eigen bewustzijn, zachtjes lacht, en stilletjes denkt: „Och, „het zal wel gaan! Houd maar moed, mijn hart! Het zal zóó toch „niet blijven. Er komt nog zoo veel in mijn leven, waar ik nog „niets van weet, en Willem zal altijd bij mij staan en mij helpen „en kracht inspreken en troosten met leuke grappen en zacht hef„doen en gevoelde verzekeringen, die allen zijn als de eerste aanslag „van een mooi muziekstuk, dat langzamerhand dan een werkelijkheid wordt!" O, liefste Schat, houd moed! Ik zal nu niet je gaan zweren, dat ik hartstochtelijk verliefd op je ben, want dan zou je, in je stemming, misschien zeggen: „Och, wat geef ik daarom". Neen, het is zoo, maar ik zwijg daarover op het oogenblik. Ik zeg je alleen maar: „Zie, ik ben een sterk mensch, die veel heeft onderbonden, veel geleden, en alle mogelijke ellenden in zijn ziel heeft „doorgemaakt. Geloof dan in mij, vertrouw op mij; dring met je „gedachten in mij door, dan zal je voelen, hoe jou dezelfde kracht „langzamerhand gaat doorstroomen, die mij heeft staande gehouden „door al de smarten en benauwingen heen, totdat ik eindelijk jou „mocht ontmoeten, en mijn leven, dat komt, dat nadert, zich heerlijk „laat aanzien, en veel rijker en mooier en dieper dan ooit te voren'. Want, geloof mij, het leven kan voor jou ook rijk en mooi en

Sluiten