Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

249

Bussum, Parkzicht 22 Juni '99

Ja, liefste Lief, aan al die onaangename gedachten en sternmingen, waar jij in de laatste dagen aan geleden hebt, zal een einde komen' zoodra ik in staat ben gesteld in den Haag te gaan wonen. Bijv. je schrijft mij, dat mijn laatste brieven wat koel en redeneerend waren; ik houd er geen copy van en kan het dus niet nazien, en ik weet positief, dat ik inwendig niet koel ben geweest, geen enkel oogenbhk. Want ik houd ieder oogenblik van den dag even sterk van jou. Maar door mijn moeiten van de laatste dagen, waardoor ik voortdurend heb te denken en te zorgen, wordt mijn gevoel wel volstrekt niet tot zwijgen gebracht, maar naar een dieper plan in mijn geest terug-gedrongen; ik voel me wat bezwaard, en onder dien druk schnjTik dan wat stijver en koeler misschien, zonder het zelf te merken, dan ik dieper-in in waarheid ben. Als wij nu elkander met hoefden te schrijven, maar spreken konden, dan zou je door even iets vriendelijks te zeggen, of mij zacht aan te zien, mijn diepere Zelf naar boven roepen, en dan zou ik gelukkig, zoolang ik met jou was, met je kunnen omgaan, als een onbevangen, gevoelig mensch, die dan zijn kwesties voor een tijdje opzij zette. Maar nu zit ik aheen, en moet mij uit mijzelf verheffen uit mijn praktische gedruktheid, wat natuurhjk heel veel moeilijker gaat, en hoogstens kan ik mij verheffen tot een soort van gehjkmoedige kalmte, die jou dan koel moet lijken, terwijl ik diep-inwendig toch heelemaal met koel ben. Want hiervan geef ik je de verzekering: ik denk nooit met koelte aan je; ik heb wel eens een beetje verdriet door je gehad (trek je dit niet aan, Lief, want ik weet heel goed dat je mij nooit verdriet hebt willen doen) maar onder die kleine verdrietigheid zat dan toch altijd mijn Liefde, die ik voelde, en die dan spoedig alles weer in orde bracht. Maar hard of koud heb ik me nog nooit tegen jou gevoeld, dat zweer ik je, - op welke diepte van mijn zielsleven ook. In mijn diepste diepte, hoe ook mijn uiterlijke beslommeringen waren, heb ik je altijd innig verlangend nartstochtelijk-teeder, eindeloos hef! Dat kan natuurhjk, in praktische moeiten, wel eens voor een poosje naar een dieper plan in mijn geest terug-gedrongen worden, maar wèg-gedrongen, verdwijnen, doet het nooit, omdat dat niet kan. Dan zou eerst mijn

Sluiten