Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

264

LIEFDESBRIEVEN

Ik zit nu letterlijk te dansen op mijn stoel, want niemand kan mij zien, en er mij om uitlachen, te dansen van delicaat pleizier en geluk. O, ik voel mij zoo jong en sterk en vol bruisenden levenslust als een huppelende bergstroom over de rotsen, opschietend tot diamanten door den zonneschijn. Strek je mooie lichaam er maar lang op uit, als de heerlijke fee, die je bent: ik zal je brengen in koele grotten, waar de zonneschijn door een spleet invalt, waar de waterval melodisch-kletterend nederplast: ik zal je voeren langs koele hellingen, waar je van tijd tot tijdkunt uitrusten, weeldrig sluimrend op het donzige mos; ik zal je dartel-intiem doen lachen, als de zachte golfjes kussen je bloote, blanke voetjes; voel je 't wel, al zie je 't niet, dat het eigenlijk mijn zuivere mond is, die ze met hevende streeling kust?

Voel je nu niet, mijn Jeanne, dat ik dol ben van geluk? O, er is geen ander, geen enkel ander meisje op de wereld zooals jij! Heusch, mijn gevoel voor jou is geen zinnelijke opwinding, omdat jij nu toevallig een vrouw bent en ik een man. Want al zette je nu honderd andere meisjes om me heen, dan zou ik ze vriendehjkschertsend aanzien, en mijn hoed afnemen, en met een hchte buiging verder gaan. Ik verschil hierin van de meeste mannen en ben precies het tegenovergestelde van een polygaam. Mijn hart, dat jij nu heelemaal voor goed in je macht hebt, is absoluut een ondeelbare eenheid. De eenige vrouw, die ooit mijn Zelf zal hebben is de trotsche Jeanne Reyneke van Stuwe, voor wie ik mijn hoofd, in blijden deemoed, voor eeuwig buig. O, ik wou, dat ik op den grond lag, lang recht-uit, en dat je dan op mij hep en danste en dartelde met je heve voetjes, - natuurhjk, - lach je nu niet? - zonder je laarsjes aan, en dat je dan uitriep: „O, ik ben zoo bhj! Want nu „zie ik, dat die mensch, mijn mensch, mijn eigen Wülem voor „mij-aUeen is, en dat ik aües met hem mag doen, als mij dat pleizier „geeft, als ik wÜ. Het eenige waar ik bi) hem bang voor ben, is, „dat hij zoo meteen plotseling op zal vhegen en mij in zijn armen „zal sluiten, en mij overal, aloveral kussen, tot ik van verlegenheid „niet meer weet, waar ik bhjf. Maar dadehjk daarop gaat hij toch „weer verzen maken met een dood-onschuldig, verheerlijkt gezicht. „Kom, ik ga dus nog maar eens op dat lange lichaam een Spaan„schen Fandango dansen, bij het klapperen der castagnetten, met „een wüde, zonderling-zoete melodie. Want zijn hchaam is een veel „zachter en elastischer dansvloer voor mijn gevoelige voetjes dan de „harde grond er om heen."

Sluiten