Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

*73

langer hoe sterker, dat ik het op den duur niet zou kunnen uithouden van jou gescheiden te zijn. Op dit oogenbhk bijv. is dat gevoel van verlatenheid plotseling zoo sterk in mij opgekomen, zoo heftig, zoo overweldigend, dat ik onmogelijk iets anders zou weten te zeggen dan maar aldoor: „Ik verlang naar je, ik smacht naar je!" Ik eindig dus maar.

Hoe kan je denken, dat den Haag me niet zou bevallen ! Jij bent er immers? Al woonde je, ik weet niet waar, dan zou ik daar toch willen zijn! Bovendien, Bussum is mij volstrekt niet bovenst-best sympathiek. De eenige positief-aangename herinnering, die ik er achterlaat, is dat ik er jou heb kunnen vragen, en er dus den eersten grondsteen heb kunnen leggen van mijn levensgeluk.

O, ja, wat ik onder het tegenovergestelde van jaloerschheid versta? Wel, daar bedoel ik dit mee. Dat ik niet iemand ben, om eens anders gangen en bewegingen te bespieden, en gesteld bijv. ik was getrouwd, en ik vond dan onverwacht, bij toeval, mijn vrouw in de armen van een ander, dan zou ik niets anders doen, dan haar één seconde somber-vast aankijken, en mij dan plotseling afwenden met een kort: „Adieu". Maar geen van beiden zou ik een haar krenken, want dat doen, vind ik, slechts kleine en enge, inferieure geesten, menschen, die geen hoogte en breedte in hun eigen gedachten hebben. Als iemand 't echter mijn vrouw lastig maakte, zonder dat ze daarvan gediend was, dan zou ik dien man natuurlijk te woord staan, maar dat is een heel ander geval, dat zou geen jaloerschheid zijn, maar verdediging van je vrouw. Nu, Liefste, ik ga dezen wegbrengen. Wil je mij verzen sturen, dolgraag! Dan zal ik je er over schrijven.

Geheel en al jouw Wülem

* *

O, Liefste, Liefste, wat ben ik verschrikkehjk bhj met je brief. Ik hoorde, dat hij op mijn kamertje werd gelegd, en ik zat daar midden-in een grooten visite-kring, en kon niet weg! Maar toen ik iemand een pas de conduite geven moest, heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt, en ben naar mijn brief gevlogen. O, Liefste, juist dat toevallig tegelijk gebruiken van een woord had ik ook opgemerkt, en het je ook wülen schrijven, als een bewijs van onze „Seelenverwandtschaft"! O, wat zou dat onwaardeerbaar, ver-

Sluiten