Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

291

Ik zal nog maar even doorschrijven, want het eten is nog niet klaar. Lief, weet je, waar je mij zoo'n pleizier mee zou kunnen doen? Als je nooit meer declineerend over je uiterlijk sprak, zooals je, dat weet je, wel eens gedaan hebt, en als je zelfs, op wat ik mi ga zeggen, heelemaal niet antwoordt, maar 't eenvoudig accepteert. Want zie, je uiterlijk, dat vind ik verrukkelijk, - precies zooals ik 't graag hebben wou, en ik houd er zóóveel van, dat, als ik er aan denk, dan ga ik stil op mijn stoel zitten en tracht me alles er van voor te stellen met deze ééne gedachte: „Waarom is ze nu zoo ver weg? O, God, was ze nu maar hier!" Maar zie, hoewel het mij zóó treft, heb ik je toch niet lief óm je uiterlijk maar mét je uiterlijk, en dat uiterlijk zou mij heel weinig kunnen schelen, als je een ander innerlijk had, evenals je innerlijk mij niet zoo zou interesseeren, indien je een ander uiterlijk had. Want ik heb je lief om je heele Zijn, innerlijk zoowel als uiterlijk, uiterlijk zoowel als innerlijk, ik heb lief de dubbelvoudige eenheid van beiden, die jij, Jeanne, zelf bent. Zal je er mij nu nooit meer mee plagen, Lief?

Je je eeuwig-liefhebbende Willem * ♦

Bussum, Parkzicht 27 Juni '99

O, allergoddelijkste zelfverzaakster,

Juist toen ik mijn vorige naar de post kwam brengen, zag ik den postbode. Hij bracht me twee brieven van je. Ik vloog ze even door, om te zien of er iets dringends in stond, en ging toen verder. Door het mooie weer verlokt, wandelde ik aan jou denkende een eindje om, en toen kwam bijgaand vers in mijn hoofd, waarover straks.

Thuis-gekomen las ik je brieven aandachtig over, en werd toen oneens getroffen, diep getroffen door iets, waar ik bij de eerste, vluchtige lezing nog niet zoo op had kunnen letten. Je schrijft: „En eindelijk, als ik zélf ben overtuigd, dat ik jou geluk heb gebracht, dan zal ik volkómen, volkómen gelukkig zijn!" O, je bent zoo ontzettend lief, echt menschelijk lief! En ondanks dat je je sterk kan voelen, heeft toch je kracht het echte, mooi-vrouwelijke met in je gedood, maar bloeit dat als een bloem van prachtig-zachte,

Sluiten