Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

311

Weet je, wat ik ook 200 heerlijk van je vind: dat je een positieven kant aan je hebt, 2ooals uit je succes met Veenstra nu weer blijkt. Je hebt niets van de vaagheid, waar 2ooveel andere vrouwen je wel een oogenbhk mee kunnen charmeeren, maar op den duur je toch vervelen gaan.

Ik moet nu gaan eten, en wacht dan op de post van 8 uur, of er misschien een brief van je is. Maar ik denk, dat die over Veenstra pas morgenochtend kan arriveeren. In allen gevalle schrijf ik dan toch deze verder en breng hem vanavond nog op de post, 2oodat je hem morgenochtend krijgt.

Zie2oo, hefste Schat, het eten is afgeloopen, en nu schrijf ik nog maar even door.

Ik ben zóó verschrikkehjk bhj, want nu is de vaste grondslag gelegd, waarop kan worden voort-gebouwd, om mijn gaan naar den Haag tot een werkhjkheid te maken. Mijn definitief vertrek uit Bussum, mijn komen bij jou, hangt nu niet meer in de lucht als een wensch, neen, 't 2al een feit worden, dat aheen nog maar een kwestie is van tijd en van werk.

God, hefste Jeanne, wat ben je toch een kranig meisje, dat je dat 200 netjes hebt klaargespeeld I Nu komt eigenlijk de tijd pas aan, dat wij, niet aheen in onze eigen gedachten en officieel voor de wereld, maar in werkhjkheid zullen 2ijn: geëngageerd. Want ons engagement is nu ook wel volkomen een. feit, maar toch tegelijkertijd een soort van abstract ding, en nu pas kan het en gaat het een werkhjkheid worden, die, dat beloof ik je plechtig, ons beiden gelukkig maakt. O, heve Lief, lach nu maar eens stil voor je heen, terwijl je aheen op je kamertje zit, en denk dan maar eens: „Nu „komt de mooie tijd pas aan; nu gaan al mijn 2orgen en kwellingen „als tevreden kinderen krijgertje spelen en touwtje springen, zichzelf vereetend in de vreugd van het spel. Want Wülem kan mij „nu m alles gaan helpen, en altijd 2al hij hef en ge2ellig voor mij „zijn. En ik krijg de vrije beschikking over al zijn boeken, want „alles wat hij heeft, hoort natuurhjk net zoo goed van mij, als van „hem. Och, en dan zal hij mij van tijd tot tijd wel een kus geven, „maar wat heb ik mij dat aan te trekken? Hij is toch niet iedereen,' „en ik weet zeker, dat het hem gelukkig maakt, als hij mij tusschen„beiden kussen mag, dus daar zal ik wel aan gewend raken, en „mets naars meer in zien op den duur. Jongens houden nu eenmaal

Sluiten