Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3H

LIEFDESBRIEVEN

links omslaat naar Parkzicht. Ik was daar niet meer geweest, sinds jij weg bent, en al wandelend langzaam met den gauw vermoeiden Hol, kwam de herinnering heel sterk bij mij boven aan allerlei heerlijke oogenblikken, die ik daar met jou heb doorgebracht. Vooral toen wij gingen langs de villa van Mevr. Bosmans, kwam de herinnering heel sterk bij mij op, hoe ik daar iederen avond den voortuin inliep en aanschelde, wachtend dan met opgewekte ziel in de blijde verwachting der zekerheid dat ik over een paar minuten jou zou zien. Die heerlijke tijd is nu wel voorbij, maar nu komt er nog een veel blijdere, Lief! O, dat goddelijk gevoel als ik in den Haag woon, dat ik je ieder oogenblik zal kunnen zien als ik wil, op ieder uur van eiken dag. Maar schrik nu daarom niet, Liefste! Je moet nu niet gaan denken, dat ik telkens zal gaan hangen met mijn heele gewicht aan de schel van nr. 14 Reinkenstraat! 't Zal misschien wel eens kunnen gebeuren, dat ik mijn verlangen naïef-weg volgend, onverwacht kom. Maar in 't algemeen is het toch beter en rustiger voor jou, dat we altijd afspreken, wanneer ik je mag zien. Als je maar altijd bedenkt, dat, hoe meer ik je mag zien, hoe hever het mij is. O, samen aan het strand en in de duinen te wandelen, niet zoo bij de hotels, maar wat verder-op, dat zal een hemelsche heerlijkheid zijn! Je hebt, geloof ik, een soort van vrees voor de zee; ik merkte dat, weet je wel, toen wij in April ook samen langs het strand liepen. Maar toen voelde je je ook nog een beetje vreemd met mij, en je plotseling engagement was je nog zoon ongewone positie. Maar m den Haag zal ik je wel hoe langer hoe bekender en vertrouwder gaan voorkomen, en dat zal je langzamerhand kracht geven, om, arm in arm met mij, den mysterieusen indruk van de zee op je onbewustheid te gaan voelen als een breedzacht-deinende sternming, waar je je gelukkig en gelaten aan overgeeft, en waar je, zoo lang je er bent, aangenaam-breed en -ruim op leeft. O, ik houd van de zee met een diepe, geheimzinnige adoratie, zooals de geloovigen, denk ik, moeten voelen voor hun god. In '88 heb ik een zomer doorgebracht aan het strand te Katwijk, en ik nam daar toen een zeebad iederen dag. Dat werkt zoo verschrikkehjk krachtgevend op je zenuwen en maakt je ten slotte een heel ander mensch. Daarna ben ik in Londen gaan wonen, vijf maanden lang, en toen was de indruk, dien de zee een half jaar vroeger op mij gemaakt had, nog zóó sterk, dat dat sonnet kwam, dat je wel zult kennen: De zee, de zee klotst voort, enz.

Sluiten