Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

350

LIEFDESBRIEVEN

uit vrees dat er zal worden gedacht, dat ik niet gelukkig zou zijn.

Eens schreef je: „Ik hoop, dat er vanavond een brief van je komt, maar het kon wel eens een teleurstelling zijn." Maar, Lief, ik heb je, geloof ik, nog nóóit teleurgesteld, zoo lang wij nu schrijven aan elkaar. En je zegt ieder keer, dat je me zooveel brieven geschreven hebt, - maar ik toch met minder, Lief, zelfs al een paar méér. Maar al schreef je me veel, véél minder dan je doet, dan zou ik nog héél dankbaar en tevreden zijn, als ik je brieven maar altijd op denzelfden tijd ontving, zooals jij altijd de mijne op denzelfden tijd ontvangt. O, Lief, Lief, kon ik dat ellendige, noodlottige in me maar overwinnen, dat me dadelijk overal het droefste en naarste in doet zien, en me nooit toelaat eens volkómen gelukkig te zijnl O, ik wou, dat ik mijn sterkte van vroeger, al was die misschien ook meer hardheid dan kracht, maar terugvinden kon, dat ik dat radelooswee gevoel van onmacht niet meer had! -

Willem, al mijn heil hangt van jou af, - ik heb me heelemaal aan je weg-gegeven, - ik kan niets meer, ik ben niets meer zonder jou, - ik voel geen leed, of 't moet me door jou zijn aangedaan, ik heb geen vreugd, of jij moet me die geven! Ach, Lief, je hebt wel eens gezegd, en misschien meende je 't ook wel, dat ik je vorstin ben, dat ik heersch over je, - maar je weet wel dat dit niet zoo is, dat 't onmogelijk zoo wezen kan, omdat ik absoluut afhankelijk ben van jou. Ik neb mijzelf niet meer, en 't is nog niet als een werkelijkheid in me, dat ik jou daarvoor in de plaats gekregen heb. Ik heb geen eigen wil meer, geen kracht, dat alles Behoort jou, zoowel als mijn gedachten en mijn daden behooren aan jou. Lk kan niets meer zijn, ik kan niets meer doen zonder jou, - ik heb mijn eigen individualiteit verloren. En als ik nu maar wist, Lief, maar vast en zeker en voor altijd wist, dat dit geschenk van mijzelf jou een vreugde is, - dan zou ik misschien mijn onbestemde, geen-vastengrond hebbende bedroefdheid wel meester kunnen worden.

O, als dat afschuwelijke, alles-half-zeggende brievenschrijven niet noodig was, - als wij eikaars' gedachten maar konden raden, of door de lucht heen elkaar verstaan, dan zou, denk ik, al mijn verbeeldingsverdriet heel gauw verdwenen zijn.

Lief, smart, die vanzelf, zonder eenige positieve oorzaak ontstaat, wordt altijd rninder erg geacht dan werkelijk-bestaande. Maar ik weet, dat gedachten-smart een veel onduldbaarder lijden is, dan verdriet-waar-een-reden-voor-bestaat, - omdat er aan het laatste

Sluiten