Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE PERIODE

355

Lief, hoe kom ik er toch toe, mij zelf zoo te kwellen en ellendig te maken voor niets? Begrijp jij daar iets van? Waarom doe ik toch zoo? Want ik verzeker je, dat 't geen imaginair verdriet, maar een werkelijk lijden is, en het is misschien te erger en er is te minder aan te doen, omdat ik het mijzelf veroorzaak.

O, hoe ik vandaag den dag ben doorgekomen! Ik was afgemat van het huilen en wachten, zoo straks, maar, Liefste, je brieven hebben me met een tooverslag beter gemaakt. Lief, ik zweer je, dat de wondere kracht, die ervan is uitgegaan, een blijvende zal zijn, een kracht, die me sterkte en steun en opwekking geeft, wanneer ik die noodig heb, en die me zal helpen, om aan den invloed van mezelf te ontkomen.

O, Liefste, ieder liefdewoord van je doet al mijn zenuwen trillen van vreugd, - want ik heb je lief, Liefste! ik heb je boven alles lief, - al Bet teere en mooie en zuiver-reine, dat in me is, alles is voor jou, - al mijn gedachten zijn voor jou en van jou vervuld, en al mijn gevoel geeft zich aan jou. En nu het met een alles-doordringende macht in me is gekomen: het zoete bewustzijn, dat ook jij houdt van mij, nu zeg ik je met mijn hoofd hoog-op en mijn oogen klaar in de jouwe: „Ik geloof nu in je, Willem, onvoor-^ waardelijk en voor-altijd en ik geef je de heilige verzekering, dat ik nóóit meer aan je twijfelen zal!" En die woorden, overdacht en in kalmte gezegd, zullen altijd de waarheid blijven.

Ik lijk nu wel heel bedaard, maar diep-inwendig ben ik nog zoo geëmotionneerd, dat de details van mijn gedachten me niet duidelijk bewust kunnen worden en ik nu alleen maar in groote lijnen mijn ontroering kan zeggen.

Lief, geloof je me, als ik je zeg, dat ik je hartstochtelijk-dankbaar ben voor alles wat ie voor me doet? dat je van me houden wilt, dat je mijn liefde wilt aannemen, en dat ik altijd bij je mag komen om steun en raad.

Willem, ik weet nu, dat alles van den laatsten tijd een vergeefsche zelf-opwmding is geweest, - dat is als een openbaring tot me gekomen, - en ik zeg je, dat ik er nooit weer in terug-vallen zal.

Ik leg mijn armen om je hals en mijn hoofd tegen je schouder aan, - zóó wil ik blijven, totdat ik heelemaal rustig ben. Dag, eenig, éénig Liefl

jouw eigen Jeanne

* *

Sluiten