Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35»

LIEFDESBRIEVEN

O, Liefste, lieve Willem, o, zeg me, wat kan ik doen, wat kan ik zeggen, om je mijn onuitsprekelijke dankbaarheid te bewijven\ O, Lief, ik voel me gelukkig nu, ik voel me inwendig, o, zoo gelukkig I Want het is of er iets dreigend-benauwends van me is weg-genomen, - ik kan niet goed zeggen, hoe het was. Het is of ik lang onrustigzwaar heb gedroomd, en nu weer wakker geworden, de lichte zon in mijn kamer zie en door het raam de blauwe lucht. O, Lief, het zijn zulke donkere, droeve dagen geweest, zulke afmattende, verloomend-moeihjke dagen en gisteren vooral. En dan te denken, Lief, dat ik al die smart, waarvoor ik rü bij 't herdenken, mij zélf heb aangedaan! O, Wülem, is dat eigenhjk niet verschrikkehjk? O, als jij me niet heen-hielp over al mijn gemoeds- en gedachte-bezwaren, dan weet ik niet, wat er van me worden zou! Want met al mijn schijnbare fermheid en verstandigheid, ben ik eigenhjk zoo dwaas en zoo machteloos-zwak. Maar o, Liefste, nu ik de kracht voel van den steun, dien jij me geeft, nu zal aües wel beter gaan en zal ik nooit weer terug-zinken in mijn staat van hopelooze mismoedigheid.

Willem, je brieven geven me zoo'n goddelijk-zalig geluk. Ik kan aües niet goed zeggen nu, - nu üc nog een beetje onder den indruk ben van ahes wat ik in mijzelf heb doorgemaakt; - en spreek daardoor kalm en rustig, hoewel aües in me van hartstochtelijke blijdschap gloeit. Ik heb je hef, Wülem, ik heb je ontzettend, diep, onnoemelijk hef, - en ik geloof nu ook in de standvastigheid van jouw hefde met een waarachtig en onwankelbaar vertrouwen. Willem, ik heb je lief, met ahes wat in mij is, met mijn hééle Zijn en ik zou sterven, als ik je niet langer liefhebben mocht, want mijn hefde is één met mijn leven. O, éénig Lief!

En daarom doet elk van je woorden-van-hef de me sidderen van zaligheid, omdat ik nü de verrukkende overtuiging in me omdraag, dat je werkehjk onveranderlijk, onverminderhjk van me houdt, omdat ik nü je hefde als een feitelijkheid voel!

Liefste, je moet er heelemaal niet om geven, dat ik klaagde, in zoo lang geen brief van je te hebben ontvangen. Het kwam door de eüendige post, die een brief, dien ik 's middags had moeten hebben, pas 's avonds bezorgde. En het trof juist toevallig gisteren, dat ik zoo overspannen was en naar. Schrijf me, dat vraag ik je nadrukkelijk, nooit meer dan je kan of lust hebt.

Sluiten