Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE PERIODE

381

Zijn zóó ontroerd. Mijn verlangen, mijn smachten naar je heerlijke nabijheid doorvlamt mij als een smart; maar toch daar doorheen, door de smart van 't weer plotseling alleen zijn heen, jubelt hoog-op de bedwelmende vreugd, dat ik eens voor goed met je samen zal mogen zijn, dat je dan stil en vertrouwensvol je goddelijke hand zult leggen in de mijne, en mij zult zeggen: „Willem, ik heb je lief!" O, Jeanne, ik zal voor je wezen als een rots van standvastigheid, maar die voor jouw aanraking alleen als was wordt, waar je in kunt griffen wat je wil. O, je kent mij nog maar half, ik kende mijzelf nog maar half: ik zal als een kind wezen, dat vroom in je gelooft, en waar je mee doen kunt, precies wat je wilt. Voel je nu, onvergelijkelijke, dat ik me aan je weg-geef, dat je mij maken en breken kunt? En geloof me, dit is geen zwakheid van me: want zoo heb ik nog nooit tegen een ander gesproken, nooit heb ik me dat door iemand anders laten doen. O, de inwendige kracht, die ik in mij weet, die zal geheel voor jou zijn, die zal om je heen wezen en hoog boven je hoofd, als een zuilengalerij, die rijst langs je zalige leden, en waar je doorheen wandelt je heele leven, trotsch als een vorstin, in uiterlijk-kalme, maar inwendig heerlij k-geëmotionneerde pracht. Jeanne, maak toch, dat je in Bussum komt, mee met je Ma, als die komt in Augustus. O, die gedachte, dat je zal komen, geeft me zoo'n kracht! Toen ik gisteravond in den trein zat, maakte ik mij plotseling ongerust, dat je misschien geen rijtuig zou kunnen krijgen, maar ik bedacht me toen, dat je wel met de stoomtram zou kunnen gaan. Dat heb je ook zeker gedaan, hè, Lief? Dan wou ik je nog iets zeggen, ik had toch eigenlijk wel graag, dat je mij den ring kon sturen; ik vind het prettig om hem te dragen als een rustigvast symbool, dat ik altijd vlak aan mij voel, dat ik voor eeuwig één met je mag zijn. Misschien wil je hem dus wel sturen, maar maak er dan een gewoon pakket van door opvulling met papier bijv. van de grootte van een boek, en lak het dan van alle kanten met je cachet bijzonder goed dicht, en zend dan, nog afgescheiden daarvan tegelijkertijd een brief, waarin je schrijft: Tegelijk met deze verstuur ik ook den ring. Wil je dat doen, Lief? En doe dan de verzen van je, die ik Maandag mee-bracht óók daarbij, in het pakket van den ring bedoel ik natuurlijk.

O, de verrukkende gedachte, dat je één met mij wilt zijn door ons heele leven! Je zult er nooit berouw van hebben, dat zweer ik je, Lief, en dat weet je ook, geloof ik, wel. Vlekkeloos-trouw en

Sluiten