Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE PERIODE

391

Willem, Liefste, zeg toch nooit, dat je niet expressief genoeg bent geweest, toen je hier was in den Haag. Ik weet 't niet, Lief, misschien vond je jezelf een beetje strak en stil, maar als je je zoo voelde, zal dat wel door mij gekomen zijn, want, je zegt immers, dat je gemakkelijkheid van uiting óók door mij ontstaat? Maar ik vond je verrukkelijk-goed en lief, en zacht in alles wat je tegen me zei, zóó, als ik het 't liefste wenschte. Lief, natuurlijk houd ik nu niet méér van je, dan vóór je kwam, dat kan niet, - maar mijn liefde, die eerst heel, heel diep in mijn ziel verscholen lag, komt al meer en meer naar de oppervlakte toe, en is niet langer latent. En dat bewust-worden van mijn liefde in me, dat geeft me zoo'n stil-intiem geluk, want ik durf haar, nu zij, door jouw liefde gerechtvaardigd wordt, voor altijd te erkennen. Liefste, begrijp je me? Ik bedoel dit: tegenover jou heb ik altijd in klare, overtuigende woorden mijn liefde kunnen uitspreken, - maar voor mijzelf was mijn neiging voor jou meer een verstandelijke dan een gevoelde, - maar toen dat zoo was, wist ik het niet, - ik merk het pas, nu ik veranderd ben. Dat wonder heeft zich langzaam in mij voltrokken, totdat ik er mij nu zalig door overheerschen laat. Lief, zonder dat ik het bedacht, of er mij zelfs bewust van was, durfde ik me niet gerust aan mijn gevoel over te geven, - maar nu is, wat me weerhield, heelemaal verdwenen. Het was iets onzeggelijks, iets onnoembaars in me, dat ik me niet voor mijzelf verklaarde, en wat ik nü pas weet, dat in me was door het groote verschil, dat ik kan constateeren, nu het is heen gegaan.

O, Liefste, wat is het toch prachtig-nobel en eerlijk van je te zeggen, dat je me eerst liefhebt als mensch en dan pas als vrouw. Ik ben je zoo innig-dankbaar, dat je me dat zeggen wilt, en zoo onuitsprekelijk-blij er om, want welke liefde kan blijvend bestaan, als in de geheele mensch slechts de vrouw, dus een gedeelte wordt liefgehad? En vooral, hoe zou dat kunnen bij jou, die zélf zulk een volledig mensch bent? O, Lief, dat woord heeft me zoo zaliggerust gemaakt!

Voor eeuwig

jouw eigen Jeanne

Straks schrijf ik weer.

Sluiten