Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

394

LIEFDESBRIEVEN

mij afvroeg: Geloof je, dat Jeanne altijd bij je wil blijven? dan had ik daarop tegen mijzelf geantwoord: „Zeker geloof ik dat". Maar toch zat daarachter in mijn half-bewustheid een gedachte, een vrees, die ik niet goed onder woorden wist te brengen, maar die daar toch op neerkwam, dat je je heel misschien nog wel eens van me afwenden kon. Versta mij wel, lieve Jeanne, het was geen bepaalde vrees en zelfs geen vermoeden, maar alleen achter in mijn geest een gevoelige plaats, die even rilde, terwijl ik slechts bij benadering kon zeggen, wat de oorzaak van dat ongeruste mocht zijn. Maar nu, door dezen brief van je is dat heelemaal weg-gegaan. O, ik ben zoo blij, ik dank je heel innig, Lief, voor het vertrouwen, dat je nu in mij stelt.

Ik moet nu gauw maken, dat ik weg-kom. Nico van Suchtelen, die nog al eens bij mij geweest is, heeft me zijn bezoek aangekondigd. Nu ga ik bij Koderitsch zitten, en wacht hem daar af, want mijn kamer moet gedaan worden. Tot vanmiddag.

Ik waag het je zacht op je lieven mond te kussen, want wij zullen in eeuwigheid één zijn!

Geheel en al

jouw eigen Willem

Willem, ik houd zoo verschrikkelijk veel van je, dat ik 'tniet uitspreken kan. In 't geheel niet meer zoo kalm en passief als vroeger, - hoewel ik dat toen niet wist, - nu trilt alles aan me van opgewondenheid, als ik er aan denk, hoe je me aanzag, hoe je tegen me sprak. Willem, mijn altijd-gesloten-gebleven ziel was toen, geloof ik, nog niet vatbaar voor zoo een machtig-overheerschend gevoel, maar jij hebt haar langzaam ontvankelijk gemaakt, jij hebt me, door jouw hefde, mijn eigen volkomen liefde gegeven. Begrijp je me, Lief? Ik bedoel, dat mijn liefde, vroeger, bijna heelemaal een abstractie was, maar dat jij haar levend hebt gemaakt, levend en werkelijk, voor altijd. O, zaligheid, o, suprème weelde, dat ik je nu hef neb gehéél, volmaakt, je menschheid en je ziel en niet langer je geest aheen, de essentie van je Zijn! Ik heb je hef, jou hef, met een zalige hefde, die mijn heele bestaan verreint.

Liefste, ik zou het nooit zoo diep geweten hebben, tenminste nü nog niet, als je niet hier was gekomen. Die komst van jou heeft

Sluiten