Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE PERIODE

395

al mijn twijfel weg-gevaagd en mijn liefde aan mijzelf geopenbaard. Ik durf nu zalig, in goddelijke gerustheid, de toekomst tegen-zien, ik durf nu gelóóven in mijn geluk. Ik ben je zoo dankbaar, zoo innigdiep dankbaar, Liefste, dat je gekomen bent, - en ook voor je verrukkenden brief, die me, tot in mijn diepste ziel, vergelukkigd heeft. Dag, Liefste, mijn éénige Lief, mijn Lief!

Met een innigen zoen

jouw eigen Jeanne

* ♦

O, Lief, verleden Zondag had ik nog het prettige vooruitzicht van je bezoek, en nu is het al weer heelemaal voorbij... Maar ik wil niet klagen over het weg-vliegen van den tijd, want die dagen zijn zoo verrukkend-heerlijk geweest. O, ik zeg je nog eens, het is onuitsprekelijk prettig en goed, dat je nü juist ben gekomen! Maar, o, mijn kamertje is nu zoo vreemd leeg en stil, 't is, of 't een ander kamertje is, nu jouw tegenwoordigheid het geen leven meer geeft. Ach, ach, waarom gaat al het pleizierige zoo gauw voorbij? Dat ook: „time and the hour run through the roughest day" heb ik nog nooit gemerkt.

In je laatsten brief schrijf je over het bezoek van van Suchtelen, die kwam ook al ieder keer, toen ik nog in Bussum was, weet je nog wel?

Morgenochtend, tegelijk met je manchet-knoop en de verzen, die je Maandag voor me meebracht (twee cahiers en de losse blaadjes) verzend ik den ring. De namen staan er goed in, daar heb ik dadelijk naar gekeken. Ik zend hem op hetzelfde uur, waarop ik ook mijn brief verzend, om één uur, zoodat je alles 's avonds krijgt. Later krijg je dan wel mijn allerlaatste verzen en de fragmenten, met het copieeren daarvan ben ik nu nog niet heelemaal klaar.

O, Liefste, ik wou, dat de tijd er al was, dat je altijd hier kon zijn. Wat is 't toch eigenlijk onnatuurlijk en vreemd, dat we elkaar nooit anders onze gedachten kunnen zeggen, dan in afgepaste, bedachte woorden, die veel van hun kracht missen, omdat de stemmeklank er aan ontbreekt! En toch, nu ik niets anders heb, geniet ik zoo innig en diep van je brieven; ik verlang na ontvangst van den een weer smacntend naar den volgende, o, altijd-door

Sluiten