Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

424

LIEFDESBRIEVEN

droom is en geen illusie, maar dat in werkhjkheid bestaat en bestaan blijft, totdat de laatste adem ons begeert? Ik zal je waarachtig helpen, in ahes en zonder ophouden nelpen, ik 2al je nooit overlaten aan je2elf; ik 2al je troost geven, als je verdrietig mocht zijn; ik 2al je opbeuren, als je neerslachtig mocht wezen; ik 2al je be2ig houden, als je je ooit mocht komen te vervelen; ik 2al je doen lachen, als je wilt vroohjk zijn, tot uitgelatenheid toe, als je je uitgelaten voelt, en ernstig met je spreken, als je naar ernst verlangt. Je 2ult door mij heelemaal vergeten, waf de ellende van eenzaamheid is, want ik zal je met hefdevohe blikken en woorden en daden en gebaren uit je eenzaamheid ophalen, als die je naar beneden wil trekken in haar donker, ik zal je verrukken en bedwelmen en bezaligen, totdat je uitroept: „Het leven is heerhjk! O, Willem, ik „ben zoo bhj, dat ik leef!" Want ik ben sterk, o, Liefste, en vast, maar al mijn sterkte en vastheid is voor jou, om je te doen krijgen en behouden van het leven, al wat je van het leven verlangt.

Lief! 't is al weer bij half één, en ik ga dus maar naar bed. Maar ik moet je toch nog even zeggen: Je zult géén ding door mij moeten missen, en je zult ahes krijgen, wat je mi nog niet hebt. Ik heb je hef zonder grens of ophouden; ik geloof in jou, o, mijn Jeanne, geloof jij in mij!

Met een innigen kus

jouw eigen Wülem

O, Liefste, dit moet ik je toch óók nog zeggen: dat ik nu door jóu de toekomst zoo bhj en vertrouwensvol in durf zien. O, dat troostelooze leven lag vóór me, zoo vreemd en eenzaam en leeg, dat ik weg-kromp van medelijden met mijzelf, hoe ik er doorkomen zou. Maar nu, o, Lief, nu is dat zoo goddelijk-zalig veranderd. Ik zie en voel overal jouw steunende en opbeurende kracht, - ik weet zoo zalig zeker en vast, dat ik nóóit meer aüeen zal zijn. O, Liefste, als üc daaraan denk, zou ik wel een kreet wülen geven van diepe, overweldigende vreugd. O, Lief, soms heb ik zoo'n innig, onbeheerschbaar verlangen naar jou, om mijn armen om je heen te slaan, en je toe te roepen: „Wülem, ik geloof als in een evangelie in al je woorden, - je maakt me gelukkig, - ik heb je hef!"

O, Wülem, Liefste, ja, ik geloof 't, ik weet 't zeker, ik ben er

Sluiten