Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

438

LIEFDESBRIEVEN

dergelijke verachtelijkheden aheen worden voortgebracht om eigen en pubhek genoegen, - terwijl dit verhaal een historie is, voorgevallen in mijn geest, en daar even logisch en natuurhjk gebeurend als in de werkelijkheid. Ahe toestanden zijn voortgekomen uit den loop der dingen, uit den aard der omstandigheden: ik wist zelf den gang niet vooruit. Dit werk is, langzaam-vorderend in mijn verbeelding, het groot geheel geworden, dat daar geëindigd was op hetzelfde oogenbhk dat ik de laatste woorden schreef. Begrijp je me? Als iemand, mij bezig wetende, had gevraagd: „Hoe gaat net verder? Hoe loopt het af?" dan had ik moeten zeggen: „Ik kan niet in de toekomst zien." En daarom, Willem, of de wereld het goed of slecht beoordeelen zal, - dit boek is juist zoo geworden als het volgens de wetten der logica worden moest, - zooals in het werkelijke leven óók ahes gebeurt naar des noodlots onveranderhjken wil.

Willem, ik vraag je nog eens: kan je het verdragen, dat ik een boek geschreven heb, waarover de laag-zieligen kleingeestige bedenkingen zullen hebben? O, ik bid je, al geloof ik ook, dat je er boven verheven bent, zeg 't me dan in oprechte eerlijkheid. Dan zal ik je dringend, dringend verzoeken, zooveel in je vermogen is, de persoon der schrijfster tijdens je lectuur te vergeten, - het werk uitsluitend als werk te beschouwen, en niet bij elke mannehjkachtige uitdrukking of beschrijving aan den naam te denken, die op het titelblad staat. Willem, je weet, dat dit het werk van mijn leven is, dat ik dit maken moest, genoodzaakt door een inwendigen dwang, ik geloof nu wel, dat je het begrijpt, en dat je voelt, hoe ik dit ahes bedoel.

Maar, toe, Lief, toe, schrijf er me iets over, vóór ik het je geef, wü je dat alsjebeheft doen? -

Als ik een uitnoodiging van de Coorengels gekregen en aangenomen heb, dan zullen we er nog wel eens over spreken, hè, Lief, hoe aües gedaan moet worden. Ja, WÜlem, ik geloof toch wel, dat jij het óók pleizierig zal vinden, als ik kom, - ik zal tenminste maar zoo ij del zijn, het te denken, want dat maakt me inwendig zoo bhj. Ik vind het verrukkelijk, het denkbeeld, dat er zoo'n onverwachte gelegenheid is gekomen, om elkaar weer eens terug te zien. En hoe gauw is het al! O, WÜlem, hoe meer ik er over denk, in hoe een prettiger sternming ik er door kom. Maar als je nu eens héél hef wÜt zijn, zeg jij me dan ook eens, dat je 't prettig vindt, heve Lief? want dan word ik heelemaal in verrukking gebracht. Toe, leg je hand eens

Sluiten