Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

442

LIEFDESBRIEVEN

Ik ga nu dezen weg-brengen en dan je brief aandachtig lezen. Volkomen en in ahes jouw eigen

Wülem

Daar merk ik, dat je den rijm-brief toch wèl hebt ontvangen!

* *

O, Wülem, Liefste! nu jij eens bij toeval geen brief van me had, en daardoor wat onrustig was, kan je 'tnu ook een beetje beter begrijpen, hoe ik me voelde, als de postbode ons huis voorbijging? O, Wülem, ik, die lang zoo sterk niet ben als jij, natuurhjk, snikte 't dan uit van plotseling verdriet, en bleef dan doorhuilen (heusch niet overdreven!") tot de volgende post. En als daarmee dan je brief kwam, juichte ik 't eensklaps weer uit van vreugd. O, ik ben zoo'n gek kind, Wülem! Eiken keer vermaan ik me zelf: „Zie je nu, dat je tranen onnoodig waren? Wees er dan een volgend maal niet zoo haastig mee!" En ik speld briefjes in mijn bureau, om me er zichtbaar aan te herinneren, dat een dergelijke flauwiteit zich niet meer herhalen mag. Maar jawel... den volgenden keer is 't weer ahes gelijk. O, als je er eens bij was, Lief! Je zou misschien wel lachen om mijn kinderachtigheid, maar vooral, denk*ik, zou je medelijden hebben, omdat ik me zoo slecht beheerschen kan. Ik schrijf je dit aües in antwoord op je tweeden spoed-brief, waar ik goddelijk bhj mee ben! Ik vroeg je in mijn vorige, of je graag had, dat ik 3 Augustus naar Amsterdam kwam, - maar nu je me daar uit jezelf zóo over schrijft, nu zeg ik je, dat ik dolgraag, dolgraag, dolgraag komen wil! O, Wülem, Lief! je weer eens even te zien, weer even met je te spreken, je stem weer te hooren! O, Lief, wil ik je nu eens iets zeggen? Ik heb er eigenhjk stil in mijzelf op gehoopt, dat ik een invitatie zou krijgen, al lang, vóórdat jij er over schreef. Hoe vind je dat, Lief? en hoe vind je 't, dat ik 't je vertel? Daar ik niemand, behalve Dientje, van de famihe Coorengel ken, behoef ik je zeker niet te zeggen, waarom ik zoo graag een uitnoodiging kreeg, is 't wel, heve Lief?

Dat ik je vorigen brief zoo koel vond, ja, dat was weer eens een oogenblikkehjke stemming van Jeanne, Wülem! die ze maar gauw weer aan jou overbracht. O, o, heb je ooit wel eens zoo iemand gezien!...

Sluiten