Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

456

LIEFDESBRIEVEN

gezegd? Dat ik inwendig niet eigenlijk-gezegd zwakker ben geworden, maar alleen gevoeliger en minder strak. Dat is 't, dat móet 't zijn, Willem, - o, ik kan je mijn verrukking niet zeggen, dat je me zóó begrijpt, en zóó mijn gemoedsstemmingen voor mijzelf weet te verklaren. O, Lief, - wat zou er van me worden, als ik jóu niet bad? Ik weet ook zoo zeker, dat, als ik altijd het beveiligend bewustzijn van jouw dichte nabijheid heb, dat ik dan langzamerhand mijn droefgeestigheid heelemaal zal verliezen. Weet je, wat je doet, Lief? je brengt me tot besef van mijn geluk, - en daar heb ik me zelf nooit volkomen toe kunnen brengen. Straks schrijf ik je weer, - tot zoolang, allerliefste Liefste, adieu. O, Lief, nu over elf dagen drukken we elkaar weer de hand!

Heb je 't ook zoo allerverschrikkelijkst warm, al vier dagen lang?

Een innigen zoen van

jouw eigen Jeanne

Bussum, Parkzicht

Lief! ik kan maar niet uitscheiden; ik moet alweer schrijven. Weet je, wat ik zoo heerhjk van je vind? Ik geloof, dat jij vaster en positiever bent dan andere vrouwen, meer standvastig, meer, in groote dingen wetend wat je eigenhjk wil. Daardoor voel ik je niet, ook niet achterafin mij, eigenhjk onder mij staand, zooals de mannen meestal de vrouwen doen: ik voel, dat ik aan jou volkomen zal hebben, dat ik in jou zal vinden, waardoor mijn eigen geestelijk bestaan tot volmaking komt. Voel je nu, Lief, dat je onmisbaar voor me bent, en dat je een roeping vervult door van me te houden, zooals je doet? En voel je ook met, - o, voel het toch, Jeanne! - dat ik van jou houd, zoo onbedwingbaar, als ik zelf niet had geweten, dat ik van een mensch houden kón? O, ik voel mij soms, als waar ik de zee, die aldoor weer, met dezelfde forsch-gedragene, en toch zacht uitglijdende beweging neer komt donzen op het wijde strand, Ik heb haar hef! ik heb haar liefl ik heb haar hef! zoo hoor ik het binnen-in mij voortdurend galmen. Maar je bent niet bij me, en het eenige wat me troost geeft, is, dat jij je niet van mij afwendt, mij vriendelijk aanziet, en zegt, dat je ook van mij houden wilt. Geloof me, Jeanne, we gullen gelukkig zijn. Want ik voel mijn jeugd, die heelemaal niet weg was,

Sluiten