Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE PERIODE

475

tot een van buiten koel-rustige mummie, die van binnen vol gelatene wanhoop zat.)

Voel je nu niet, Lief, dat jij het bent, dat jouw komst noodzakelijk was in mijn leven? Wees dus rustig, wat ik je bidden mag, en vertrouw, want alles komt terecht.

Ik voel me zoo zalig-gerust als ik denk aan de toekomst. Want ik weet, Jeanne, dat wij nooit, wat men noemt „ruzie" zullen krijgen. Mondeling heb ik, in mijn heele leven nog nooit een bepaalde ruzie gehad. Uitwendig-driftig ben ik bijna nooit geweest, maar den enkelen keer, dat ik het was, was mijn gebaar en mijn woord altijd zoo spontaan en heftig, dat de menschen van schrik rechtsomkeer maakten, en ahes dadelijk uit was. Maar zulke drift-accessen zijn mij aheen overkomen tegenover menschen, voor wie ik diep-inwendig geenerlei sympathie gevoelde. Voel ik voor menschen groote sympathie, dan maakt hun heftigheid mij stil-droefgeestig, en antwoord ik niets dan een paar zachte woorden.

Ik begin zwaar te worden op den laten avond, begin ik te begrijpen en daarom eindig ik nu maar.

O, Jeanne, jij bent het rustpunt voor mijn gedachten, de oase voor mij in de woestijn der wereld, de blauwe hemel boven de stormige zee.

Ik heb je hef! Ik kan het niet genoeg zeggen voor mezelf, en als 't jou niet verveelt, zooals je me verzekert, dan zal je 't heel veel van mij moeten hooren: want o, Jeanne, als ik weet, dat het jou

Eleizier doet om het te hooren, dan zou ik het je wülen toeroepen op onderd manieren, want ik heb je ontzettend hef zonder eind! Denk toch nooit, dat ik koel of suf of kalm ben, want dan ken je mij niet! , Goedennacht, Allerliefste!

Je zal lachen, als je dit leest, want dan ben je klaar wakker,

En denkt er nog niet aan,

Om naar bed te gaan, Och, een stem uit de verte klinkt altijd veel zwakker,

En komt dikwijls na 't vliegen langs de ijzeren baan,

Op een ongelegen oogenbhk in je ooren slaan!

geheel en al jouw eigen Willem

Sluiten