Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

476

LIEFDESBRIEVEN

O, Lief, ik had 't den heelen dag druk gehad; ik moest een schets en een dames-rubriek schrijven, en daarna heb ik vertaald. En nu zoo juist dacht ik een prettige verpoozing te hebben aan je brief. Maar, o, ik ben opeens zoo sterk onder den indruk gekomen over wat je schrijft: „het leven als een fabriek". O, toen kreeg ik opeens de duidelijke visie van mijzelf, zooals ik daar ook al zoo lang heb gestaan, automatisch, beseffeloos, dof, - en ik dacht hoe ahes nu toch veranderd is: hoe de benauwenis van het leven van mij is weg-genomen, dat ik niet langer hopeloos, troosteloos, doelloos mijn leven doorga. O, Wülem, jij, jij, die dat aües in mijn lot hebt bewerkt, - o, zeg me, heb ik ook niet zoo een beetje zoo iets voor jóu kunnen doen? O, dat plotselinge visioen van jouw treurige leven, - o, Lief, dat heeft me zoo droevig bezwaard, o, zeg me toch, ik smeek je, dat ik je lot wat verlicht, dat ik niet meer zoo nutteloos in de wereld ben, als toen ik nog leefde voor mijzelf aheen. Ja, zeg me, dat je van me houdt, zeg 't me, telkens en telkens weer, zoodat het besef van je hefde nooit in me verflauwen kan, want daar leef ik van, daar leef ik voor, dat doet me ademen, bewegen en werken. Lief, Lief, o, dat mijn hefde jou een even groote steun ware, - dat ik je helpen kon, zoo krachtdadig en echt als jij mij helpt met de kracht van je geest! Misschien later, later zal dat gebeuren, Lief, als ik sterk ben geworden en machtig en groot, en jou meer nabij ben gekomen, want ik heb je hef, - ik heb je hef, ik zou jouw leven wülen maken tot dezelfde heerlijkheid, waartoe jij het mijne maakt, - o, ik zou aües voor je wülen doen, je aües geven, - om te weten, te weten, te weten, dat jij gelukkig was, gelukkig door mijl Straks schrijf ik weer, als de hevige impressie, die ik kreeg, door dezen brief van jou, zal zijn verkalmd, - tot zoolang, Lief, neem ik afscheid van je.

Voor altijd jouw eigen Jeanne * *

Het is nu half negen, heve Lief, en ik begin nu maar weer aan je te schrijven, omdat de bezwarende indruk van je brief nu bijna over is; o. Lief, ik werd er zoo hevig door geimpressioneerd, omdat ik plotseling met een schok, 't in me voelde dringen: zóó is 't, zóó is 't leven. En daardoor kreeg ik, een oogwenk, weer al de benauwende walging terug, die ik vroeger zoo dikwijls had: een weeë,

Sluiten