Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE PERIODE

483

gezicht is, neen, alleen omdat dat mooie meisjes-gezicht van jou is.

Ja, Jeanne, vind je 't nu geen aardig idee, dat je zoo'n langen jongen hebt, en dat je hem zou mogen kriebelen en knijpen, zonder dat hij iets anders terug zou doen dan lachen, en roepen: „O, lieve Jeanne, ik heb je zóó hef!" Maar als het hem eindefijk een beetje te erg werd, dan zou hij zich misschien wel eens plotseling omdraaien en zijn arm om je heenslaan, en je naar zich toe-trekken; en dan zou hij je gaan zoenen, zóó verschrikkelijk, dat je eindelijk uitriep, moe van het je verdedigen: „Nu, nare jongen, scheid nü „maar uit, nu heb ik er heusch genoeg van, want je maakt mij zoo „moe, en ik houd ook niets van zoenen, en buitendien mogen dat „alleen doen mijn Ma en Jacq."

Maar, Jeanne! o, jou een zoen te mogen geven, dat vind ik veel heerlijker, dan welk ander ding op de wereld ook, en als je later iets van me gedaan wilt krijgen, bijv, een onwüligen uitgever op zijn geestelijke teenen trappen, - ik noem maar het eerste, wat mij invalt, dan moet je mij maar opeens geweldig gaan zoenen, dan verbeeld je ie maar, dat het een literaire luitenant is, - en dan kan je mij tot aües krijgen wat je wü.

O, je oogen, als ik die vóór me haal, hoe ze me vriendelijk lachend aankijken, dan word ik als bedwelmd. Daar zijn geen andere oogen op de wereld, waar het gevoel en de gedachte zóó door elkander zitten en zoo duideUjk uit spreken aüebei.

Ja, waarom zou ik er niet voor uitkomen, dat ik zoo verüefd ben op jou. Want ik zou wel eens wülen zien, dat je eigen meisje je bedankte, omdat je ronduit bekende, ontzettend verüefd op haar te zijn. Zal je me hiermee nu niet gaan plagen, Lief? Toe. Want ik heb zoo'n idee, ik weet zelf niet waarom, dat je wel eens plotseling, in scherts, kon gaan schrijven, dat je er over dacht, om mij te bedanken. En al wist ik, dat het scherts was, het zou me toch een beetje bedroeven.

Nu, Liefste, het is over drieën, en de piano is sinds een kwartier opgehouden; ik denk nu wel, dat ze met nog eens zal beginnen. Dus nu ga ik nog maar wat aan 't werk. Vanavond schrijf ik, natuurüjk, voor morgenochtend, dien je dan morgenavond krijgt.

Met een lief-teederen kus

jouw eigen Wülem

Sluiten