Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

494

LIEFDESBRIEVEN

andere vrouw dan de andere vrouwen, en daarom, omdat je zoo bent, inwendig, daarom heb ik je zoo diep, zoo zielslief, o, mijn Lief! je bent, ook inwendig, een vrouw, maar je bent een zeer bijzondere vrouw, niet omdat je talent hebt of zoo iets, maar omdat je een zoo eigenaardig temperament hebt, dat je juist sympathiek maakt voor mijn ziel. Ik heb in de vrouwen, die ik in mijn leven mocht ontmoeten altijd iets „wee's", iets vaags, iets „indéds" gevonden, waar zij zelf, geloof ik, ook niet goed wijs uit konden worden; maar jij hebt iets inwendig klaar-verstaanbaar's voor me; ik begrijp en vod ieder woord dat je zegt, d kan ik ook niet dtijd 't er hedemad mee eens djn; maar je weet, wat je zegt, en dat weten de meeste vrouwen, gdoof ik, niet altijd. Daar gaat een soort logische gang door je Zijn. t Eerst heeft mij dat in Ede getroffen, toen je mij terug-schreef: „Ik zd komen". En toch ben je hedemad het tegenovergestdde van een mannelijke vrouw, wier hede inwendige Zijn antipathiek aandoet in de hoogste mate. Jij bent, gdoof üc, in essentie een vrouw, zoods de vrouwen over een jaar of vijfhonderd misschien zuüen djn.

Nu, Lief, ik ben over dezen brief den heelen morgen en den heden middag thuis berig geweest; ik hoop, dat hij je een beetje pleizier zd geven. Ik sluit nu maar, 't is half vijf.

Weet, dat jou liefheeft onvoorwaardelijk

jouw eigen Wülem

O, Jeanne, üc ga nog maar even door. Want morgenavond met den Zondag kan je niet je gewonen avond-brief krijgen.

Och, Lief, trek je toch mets aan over jezelf: ik weet heel goed, dat je 't niet hdpen kan; je hebt mij nu in 't geheel pas 5 weken achter elkaar kunnen den en spreken, en d de rest is correspondentie geweest. En ik rie door d je klagen wd heen; en dat maakt me weer zoo gerust, ds de eerste indruk van verdriet maar eerst weer wat over is. Jij houdt van mij, en ik heb je zoo hef! nu, wat kan er dan verder gebeuren? AUes komt immers ten slotte terecht! Heusch! ik ben nog nooit boos op je geweest, daar kan ik niet toe komen, het komt eenvoudig niet in mij op! üc ben zelfs nooit geprikkdd geweest door je; alleen had ik wel eens verdriet, - maar, och, wat zou dat? Want ik voel zoo goed, dat je 't nooit doet om mij verdriet te doen en dat je 't nooit kwaad bedodt.

Sluiten