Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

498

LIEFDESBRIEVEN

jaren ben ik het vanzelf meer meester geworden, zoodat ik het niet meer uit in bewuste gedachten. Ik voel net aheen soms achter in mijn ziel als een droefgeestig gevoel, dat geen bepaalden vorm aanneemt. Zoo zal het bij jou ook worden mettertijd, vooral als wij later veel samen zijn. Want het blijft bij jou al geen enkel gevoel: je observeert het reeds en weet het te definieeren, en dat is de eerste stap tot verbetering.

O, Lief! je bent mij zoo vreeselijk sympathiek, in een nóg dieperen zin dan je het reeds was door die openbaring van je zelf, die je mij nu in je brief hebt gedaan. Ik voel mij geestehjk zoo dicht bij je staan, als ik niet had gedacht, dat tusschen een ander en mij ooit mogelijk zou zijn. En ik voel, dat ik je beter zal kunnen maken, dat ik je tenminste op den weg zal kunnen brengen, die langzamerhand naar de beterschap leidt.

Daarom, Lief! moet je niet vragen, of ik niet medelijden heb met mijzelf, omdat ik medelijden moet hebben met jou. Want je bent mij juist zoo sympathiek geworden door die openbaring, voel je 't, voel je 't, voel je 't, Lief?

Ik zal hier nu vanavond niet verder aan schrijven; 't is tien uur, en zoo meteen komt Verster waarschijnhjk nog wat praten.

Ik heb vandaag niet veel kunnen werken; dat komt omdat ik zooveel aan jou geschreven heb; erifin, dan morgen maar des te meer.

Goeden nacht, Lief!

't Is nu Zondagmorgen. G. van Hulzen in het Weekblad keurt Lotte in Woord en Beeld erg af. Ik ben toen je stukje nog eens over gaan lezen, en ik begrijp absoluut niet, waarom hij zoo schrijft, 't Is een heel aardig dingetje, veel beter dan wat men gewoonlijk in dat soort tijdschriften leest. Als hij geschreven had: 't is niet onaardig, 't beteekent niet veel, of zoo iets, enfin! maar om te spreken van „moderne lawaai-saus," - ik heb jouw schetsje heel aandachtig nog eens overgelezen, iederen zin proevende, maar van „moderne lawaai-saus ' heb ik geen druppel gemerkt.

Ik zal nu op de post van half twaalf wachten, de eenige op Zondag. Inwendig heb ik een intiem pleizier op het oogenblik: want 't is over elven, en op het oogenblik zit je nu waarschijnhjk mijn langen brief van 14 zijdjes te lezen, dien ik gisteravond op de post heb gedaan.

O, Jean, je kan heelemaal niet begrijpen, hoe hef ik je heb. 't Is zelfs voor mezelf een heelemaal nieuw en ongekend, een verrukkend

Sluiten