Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5oo

LIEFDESBRIEVEN

O, Lief, wat heb je me alles duidelijk over 3 Aug. geschreven; ja, ik zal dien trein nemen, maar wat moet jij dan lang op mij wachten, arme Lief! Ik vind 't goddelijk, dat 't zoo kan gaan, en vooral ook, dat je zegt, dat we na 't dejeuner niet lang hoeven te blijven, dus verder den middag zullen hebben voor ons.

't Is nogal een bescheiden wensch van Hein en Dientje, hè? zoo'n tête a tête, misschien iets van een gulden of vier, vijf. Lk heb iets anders bedacht: bij Pander kan je zulke keurige fauteuils krijgen en niet al te duur; vierkant van model en bekleed met een donker Turksch dessin, werkelijk heel mooi: zouden ze er zóó een niet willen hebben?

O, ja, Liefste, ik kan je niet zeggen, hoe heerlijk ik 't vind, als je „Jean" tegen me zegt, - dat uitgerekte Jeanne is zoo deftig, zoo officieel, vind je niet? Jean is veel vertrouwelijker, veel eigener. En 't is grappig, maar in de wandeling heette ik altijd bij iedereen „Jeantje Reyneke van Stuwe."

O, wat zal 't heerlijk zijn, je weer zoo gauw te zien en te spreken, een héélen dag!

O, Lief, als ik er aan denk, hoe je later, als je hier woont in den Haag altijd bij me zal zijn, wanneer ik dat graag zal willen, dan geeft me dat al vooruit zoo'n kracht en zoo'n geduld-om-tewachten, - o, Lief, jij zoo heel dicht in mijn nabijheid met je opbeurenden troost, je zachte goedheid, je vriendelijk woord, - dat besef-alleen zal, dunkt me, mijn melancholie doen verzwakken en eindelijk heelemaal doen verdwijnen. Je hebt door al je handelingen, door al wat je doet tegen mij, zoo'n grooten invloed op me ten goede, en hoeveel sterker zal dat nog worden door een persoonlijken omgang tusschen ons! O, ik kan er soms zóó verschrikkelijk naar verlangen dat die tijd er nü al was! O, in al die droevige dingen, die ik nü maar in mijzelf moet verwerken, kan ik jou dan raad vragen, dien je me, ik weet 't, altijd zal geven. O, Willem, dat is zoo een vrede-brengend, rust-gevend idee; dat maakt de toekomst zoo helder voor me, zoo licht! O, je zal zeggen, dat ik nu weer alleen aan mij zelf aan 't denken ben, - maar, Lief, ik weet, dat ik, als ik maar eerst van mijn melancholie, die misschien een bizondere vorm van egoïsme is, bevrijd zal zijn, dat ik dan, o, zoo veel voor jou kan wezen, dat ik dan in staat zal zijn, alles voor je te doen, alles voor je te zijn, wat je maar verlangen kan.

Ja, Lief, ik vind het natuurlijk even verrukkelijk om een brief om

Sluiten