Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5°4

LIEFDESBRIEVEN

ik een doel zie in de toekomst, nu lijkt alles me 200 mooi toe en licht, zooals ik het vroeger nóóit heb gekend; nu vind ik mijn leven levenswaard, nu wil ik, wil ik leven, nu mijn arme, leege lot mooi is en van hefde vervuld I

O, Wülem, begrijp je 't nü, o, Lief, geloof je 't nü, dat jij mijn Aües bent, en voel je nu de diepe waarheid ervan, als üc 2eg, dat ik zonder jou niet leven kan? O, geloof me toch, al die droeve dingen, waar ik jou en mijzelf mee kwel, dat 2ijn niets dan overblijfsels van vroeger dagen, de nawerkingen van mijn eenzame 2iel, - die, ik weet het, ik voel het, heelemaal zullen verdwijnen, door een directen, persoonlijken omgang met jou. En dan dit ook nog, Lief; ik heb me nog nooit, in mijn heele leven, 2Ó0 tegen iemand uitgesproken als tegen jou. En nu ik eindelijk, eindelijk tot uiting kom, ben ik 200 uitbundig, 200 overdreven, 200 ahes-zeggend, 200 niets-terughoudend meer. Dat begrijp je, hè, Lief? O, ik geloof eigenhjk, dat het volkomen waar is, wat ik soms wel eens denk: dat mijn melancholie eigenhjk egoïsme is. Maar dan natuurhjk geen bewust, geen opzettelijk egoïsme, maar eerder een aangeboren schuwheid, geslotenheid, die dikwijls den aard van zelfzucht heeft, - en die mij me altijd in me2elf deed verdiepen.

Wülem, je zegt, maar dat is, geloof ik, een oogenbhkkehjke stemming, te gelooven, dat jij meer houdt van mij, dan ik van jou, maar dat meen je niet werkehjk, wèl? Ik begrijp, dat je dat vroeger wel eens dacht, - maar nu nog, Lief, nü nóg? na aües wat ik heb gezegd en je verzekerd heb? Neen, Lief, je meent het niet echt, dat kan immers niet? Maar ik begrijp wel eenigszins, waaróm je 't zegt. Jij denkt, is 't niet? dat ik onmogelijk zou kunnen blijven klagen, als ik jou méér hef had dan mezelf. Maar, Lief, als ik jou niet hef had, zou ik in 't geheel niet klagen, - ja, dat klinkt wel wat vreemd, maar ik bedoel, dat ik dan aües wat me benauwde en innerlijk hinderde, dof-zwijgend zou verdragen, zonder één enkel woord!

En nu heb ik wéér niets anders gedaan, dan praten over mezelf! Maar het zijn toch ahemaal dingen, die ik graag wou, dat je wist, en misschien vind je 't dus ook wel goed, dat ik je zoo alles geschreven heb, niet?

O, Lief, ik kan je niet zeggen, welk een inwendige rust me dat geeft, nu ernstig, geregeld werk te hebben. Hoe harder ik werk, hoe gezonder üc word van geest en hoe vreugdiger ik me gestemd gevoel. Ledigheid vooral is 't, die me in mezelf terug-zinken doet, en

Sluiten