Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE PERIODE

507

nu voel ik me opeens verplaatst in den tijd van de allereerste Christenen, die ook wel eens 200 jegens elkander gedaan en gesproken 2uhen hebben. Ik kan dan ook niet anders antwoorden dan met een innig-dankbaren bhk. Je bent waarachtig een engel, met het verrukkelijk uiterhjk van een gevoelig, een 2eer gevoelig en toch van tijd tot tijd kalm-cordaat mensch. O, Lief, je weet het al lang, maar ik kan het toch niet genoeg 2eggen, voor me2elf niet, want het dringt aldoor weer van2eif van mijn hart naar mijn lippen: Ik heb je liefl ik heb je hef! ik heb je hef! met ahes en om ahes. Jij bent mijn heelal!

De2e gaat nu gauw op de post, dan krijg je hem vanavond nog.

Met een teederen kus van toewijding

jouw eigen WÜlem

* *

Nog maar drie dagen, Lief! En die zuüen ook wel gauw om rijn gegaan, en dan kunnen we weer praten en elkaar weer rien. O, Lief, als je eens wist, hoe erg ik daarnaar verlang, want ik voel me 200 heel, heel anders, wanneer üc bij je ben, dan wanneer ik aan fliezelf ben overgelaten. AUeen heb ik voortdurend te kampen met tijdelijke stemmingen, met plotseling opkomende, hinderende gedachten, maar jouw nabijheid belet die te ontstaan. Jouw woorden, al wat je doet, verdrijft mijn leed niet-aüeen, maar doet me 2elfs vergeten, dat het óóit is geweest. Wü ik je eens 2eggen, Lief, hoe ik dat bedoel? Als ik 200 rit te denken, te denken, dan komen er soms dingen in me op, die me vreeselijk plagen en kwenen, die me ont2ettend bedroefd maken, die mijn 2iel pijn doen. Ze alleen weg-maken kan ik niet; 2e büjven dus, en voegen rich weer bij andere ▼ewrietehjkheden, totdat eindehjk, door een héél kleinigheidje misschien, de uitbarsting komt. Maar ik herinner me, - en nu moet je eens luisteren naar dit vreemde, maar heerhjke, Lief, - wel eens diselfde gedachten gehad te hebben, als ik bij je was, maar dan stond ik er zoo koelen onbewogen tegenover, dat üc er absoluut geen verdriet, zelfs geen hinder van had. En dat niet, omdat ik 2e je 2ei, en je 2e daardoor weg-praten kon, - neen, Lief, ik 2ei 2e je niet, en 2e vervluchtigden van2elf. En dat is heusch waar, Lief! ik heb er me2elf dücwijls over verwonderd. O, is dat nu niet het bewijs

Sluiten