Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J20

LIEFDESBRIEVEN

dat het je werkehjk gelukkig maakte, en dat je niet een oogenblik later weer omkeerde, want anders zou mijn geestelijke zelfontkenning tegehjk een geestehjke zelfmoord zijn.

Voel ie nu niet, Lief, dat ik je waarachtiglijk hefheb, en dat mijn hefde voor jou mij eigenhjk boven ahes gaat? De betrekkelijkbedaarde toon, waarop ik dit zeg, kan je het bewijs zijn, dat dit geen stemrning is, maar dat ik het als een vaste overtuiging diep-in meen.

Wat je verder zegt, Lief, ik geloof ook zeker, dat ik meer vatbaar, meer gevoelig ben voor geluk dan jij. Ik kan, dunkt me, meer waardeeren, dan jij dat kunt, om het contrast dat ik voel, tusschen al de ehende, die ik heb doorgemaakt en mijn onverwacht geluk met jou.

Hoe je jezelf het denken over je gevoel kunt beletten, Lief? Wel, je zult er misschien je neusje over ophalen, over wat ik nu zeggen ga, en denken: „hè, die Willem!" Je kunt jezelf het denken over je gevoel beletten, door niet te willen denken, door aheen maar te willen voelen. Een mensch kan aan de richtingen, waarin hem zijn onbewuste aandrang drijft (bij jou hier het nuttelooze en jezelf kwellende denken) wel wat veranderen door den krachtig-volgehouden wil van zijn bewustzijn. Maar we zullen daar later wel eens over praten als je wü. Redeneeren over dingen van hefde, Liefste, is uit den booze; voelen aüeen is goed en mooi. Ikzelf neem bijv. aan, om je in een uitvoerige, redeneerende studie haarfijn te bewijzen, dat jij heelemaal niet van mij, maar van jezelf aüeen slechts houdt, zóó dat je schrikte van jezelf als je 't las. Maar zou ik daarom gelijk hebben? Neen! hoor je wel, Liefste, ik zeg van neen. Want het echte gevoel, dat ik weet, dat jij óók hebt, gaat dieper dan elke mogelijke redeneering, het staat en leeft op een heel ander vlak, het beweegt zich in een totaalverschülende sfeer, van de meestal zeer oppervlakkige sfeer van ons redeneerend vermogen. Wat ik je bidden mag, Jeanne, laat het redeneeren; waarachtig ik doe er zelf ook niet aan. Want, zooals een groot dichter, misschien Goethe gezegd heeft (ongeveer)

Gefuhl ist Aües. Worte sind

Nur Wolken, umnebelnd Himmels Glut.

Nu, Liefste, ga ik naar bed. Het is middernacht. Nog maar vierendertig uur en dan adem ik, goddank! weer dezelfde lucht in, als jij, o, jij, 't grootste wonder van 't leven op aard! Met een innig-teederen kus

jouw eigen Wülem-voor-altijd

Sluiten