Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE PERIODE

521

Ik doe hier nog even dit stukje papier in. Ik ben natuurlijk aan den trein, waar je mee komt: 9.29 = 9.49 (11 minuten vóór tienen) en zal je ook zien. Mevr. Coorengel is verhuisd en haar adres weet ik niet.

jouw Willem

* *

O, Liefste, ik voel me vandaag zoo verrukkelijk-blijmoedig gestemd. O, je heerlijke brief, dien üc zooeven vond, en dan de gedachte aan morgen! O, Lief, wat is het zaüg, je weer te vien, met je te kunnen spreken en je stem weer te hooren! O, Lief ik verlang zoo naar je! En jij, je verlangt ook naar mij, is 't niet?

Ik moetje zooveel zeggen, zooveel vragen, zooveel dingen met je bepraten! Wü ik je eens wat zeggen, Lief? als „verrassing breng ik morgen mijn boek Hartstocht voor je mee. Om de beide gebonden deelen te kunnen bergen, heb ik expres een city-bag gekocht!!

Ik ben zoo opgewonden; üc ben nu niet in staat, mijn gedachten kalm aan te kijken, en ze te vervormen tot woorden. O, Lief, ik zal dus maar niet veel verder schrijven, want er zou, geloof ik, aldoor komen: Ik wou, dat 't al morgen was, üc verlang zoo naar je!

De pen danst een beetje in mijn hand, ik eindig nu maar, want morgen, morgen spreek ik je zelf! O, wat een goddelijke gedachte is dat!

Dag, eenige, éénige Liefste! Innig kust je jouw eigen

Ankie

(Zoo noemde ik me, toen ik drie jaar was.)

Sluiten