Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

538

LIEFDESBRIEVEN

Nu ben ik gekomen tot blz. 430 van je boek, je goddelijk boek! Ik begin nu maar weer aan mijn brief. Want anders komt hij niet vóór achten klaar. En ik wou 200 graag, dat je hem met de eerste post kreeg morgen: dan hoef je niet te wachten.

Wat 2ullen die kleine Hollandertjes over je boek aan 't keuvelen gaan! Ik moet er al om lachen, als ik er aan denk, hoe 2e, in hun binnenkamers 2ullen gaan zitten femelen en hun oogen ten hemel slaan. Maar je hoeft er je niets ongerust over te maken, want iets „on2edelijks", wat 2e „on2edelijk" noemen, is er absoluut niet in, hoor, Lief! 'tls wel geen boek voor onze jonge-dames-in-'t-algemeen, maar niet om eenigerlei on2edelijkheid, maar alleen omdat 2e er niets van 2ouden begrijpen, 't 2ou, geloof ik, absoluut over hun heve, kantjes-plooiende, ringetjes-passende, wandelingetjesbedenkende hoofdjes heen gaan. O, die snoezige Hollandsche meisjes! Ik weet niet precies waarom, maar ik vind het 200 heerlijk, dat je het boek aan mij opgedragen hebt.*)

O, die brief van vanmorgen van je! O, Jean, je hebt mij nog nooit 200 geschreven: ik leef als in een bedwelmende atmosfeer van geluk! Je geeft mij een soort van gevoel, of ik dubbel 2ooveel kracht heb als vroeger, maar een kracht, die aheen bij jou niet blijft bestaan, of juister-ge2egd, die wèl blijft bestaan, maar waarvan jij alleen den aangenamen kant 2al merken, omdat zij geheel-en-al voor jou en mèt jou en om jou 2al 2ijn.

Maakt je dat nu een beetje gelukkig, Lief, te weten, dat je niet aheen meer staat?

O, dat boek van jou! Daar gaan geen troublante, 2ich telkens uitwisschende hjnen door, maar flink-doorgetrokken en overal te volgen hjnen. O, ik ben dol op je 2iel met haar prachtige klaarheid: ik dacht niet, dat 200 iets superbe-vasts en grandioos-ge2iens in een vrouwenael mogehjk was! Jean, wü ik je eens heel ernstig iets zeggen? Jij hebt mijn leven in je hand, jij kunt me in 't leven houden, geheel voor jou, 2ooals ik ook waarachtig geloof, dat je doen wÜt, - 200 niet, dan 2ink ik weg in den eeuwigen nacht, dan is ook ahes uit met me, voor goed.

Ik voel me ook 200 heerlijk-gelukkig op het oogenblik, omdat ik een beetje door mijn werk heen ben, ik kan me weer laten gaan

1) Deze opdacht komt alléén voor in de twee exemplaren van Willem Kloos en van Jeanne Reyneke van Stuwe.

Sluiten