Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

543

hem glimlachen, of bedaard de schouders over hem ophalen. Hij is een echte, onbeduidende zwakkeling, lichamelijk zoowefals geestelijk. En met dien laatsten zoen aan Virginie, daar is hij niet eens een man meer, maar een zinneloos-zinneüjk dier. Ja, Lief, ik gebruik sterke expressies, beschouw het als een bewijs, welke sterke impressies ik door je boek heb gekregen 1

In liefde

jouw Willem

* *

O, Lief! Zie je nu wel, hoe verschrikkelijk 't is, dat wij in 't geheel niet over mijn boek kunnen praten, maar dat alles schrijvende moet gaan? Daar was vanmorgen je brief, waar ik zóó naar had verlangd, en toen ik hem haastig open maakte, en las, wat er zoo hard en koel neergeschreven stond, toen stroomden zóó maar me de tranen uit de oogen. Je zegt even, terloops: „O, Lief, zonder omwegen, - wat is dat kranig!" en verder is 't mets dan Felix. En hoe spreek je over hem! Ja, je zalzeggen: wie zoo'n boek schrijft, moet ook maar kunnen verdragen, dat er zóó over gesproken wordt. En dat kan ik ook, ik 2eg je, dat kan ik ook verdragen, wanneer een vreemde het doet. Want dan zou ik even mijn schouders ophalen, en zeggen: „Ik kan niet helpen, dat die jongen zoo was, hij was zoo." En is 't eigenHjk niet aüeen maar de vraag, of ik hem goed heb beschreven en volgehouden? Ook zeg je: „Maar toch vergis je je heusch, als je denkt, dat die Felix het type is van den beschaafden man." Maar, Lief, het is heusch niet mijn bedoeling geweest, om hem als het „type" van het een of ander voor te stellen; hij deed zich zóó voor aan mijn geest, en zóó beeldde ik hem na. B.v. Eline Vere of „Een Zwakke, die toch ook niet iedereen zijn, zijn toch niet de „typen," de een van het meisje uit den hoogen, de ander van den jongen man uit den halven stand? Maar eigenHjk, - hoe kom ik er toe, om te huüen, terwijl ik inwendig juichen moest van voldoening, dat ik Felix zóó goed heb geschetst? Want weet je niet, Lief, dat de zoogenaamde „HeveHngskinderen der dames" door mannen altijd worden veracht, en zelfs met een heel leelijk woord aangeduid, dat ik maar niet noemen zal, omdat je het, denk ik, wel kent. Maar waarom ik zoo'n verdriet heb, is, dat Felix, toen je me schreef, het boek-^elf voor je was, zoodat ik niet veel anders te hooren kreeg, dan strenge, harde

Sluiten