Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

544

LIEFDESBRIEVEN

afkeuring van hem. Maar dit besef maakt me toch heel bhj: dat ik, doordat je ook eens iets afkeurt, vast en zeker vertrouwen kan, dat de lof, dien je me soms geeft, even eerhjk is en dus oprecht-gemeend.

Maar, Lief, zeg me nu eens, heb ik nu eigenhjk geen gelijk, dat ik aarzelde, je het boek te geven, nu ik er niet met je over spreken kan? Want ahes, wat me nu zoo hevig getroffen heeft, zou je dan natuurhjk óók wel hebben gezegd, maar nu en dan misschien eens een vriendehjk-verzachtend woord er tusschen, - nu hoor ik zelfs den klank niet van je stem. - Lief! ik kan 't niet helpen, dat ik 't zoo diep liefheb, dit werk-van-mijn-ziel; ik moest, ik móest 't maken, - ik heb mezelf vóórt laten leven, om het te kunnen doen. Ach, als ik daarna eens werkehjk gestorven was, dan zou je eens gehoord hebben, hoe Nederland over me sprak! Als ik ouder ben, Lief! dan zal ik natuurhjk niet meer zoo onbehoorhjk ingenomen zijn met een werk van mijzelf, maar nu is 't heusch geen wonder: dit is voor mijzelf het eerste, het eigenhjk eenig-goede, dat ik ooit heb voortgebracht, omdat het door niets ander is ontstaan dan door mijn eigen waarneming, mijn eigen uitbeeldingsvermogen, mijn eigen kracht.

Ziezoo, nu ben ik gelukkig weer uitgeklaagd, en voel me een beetje verluchtigd daardoor. Ik geloof eigenhjk, Lief, dat je er te veel van had gezegd, voordat je 't uitgelezen had, want, dat je het „superbe-vast' en „grandioos-gezien" noemde, en zei, dat je door dit boek dieper eerbied voor me had gekregen, dan je had, - daardoor was ik, denk ik, heelemaal niet voorbereid op wat je nü geschreven hebt. Maar ik zal er nu maar niet verder over schrijven, en wachten, wachten, tot wij weer eens samen zijn, om er dan met je over te praten. Alleen dit: Houd je nu nog even veel van me, Lier, ondanks dit boek? Nu ben ik sentimenteel, maar ik wou toch zoo heel graag, dat je me hier antwoord op gaf!

Je vraagt me, Liefste, of ik gelukkig ben in 't besef, dat ik niet meer aheen zal staan, - o, Lief, als je voelen, als je weten kon, hoe dat bewustzijn me opheft uit mezelf, - hoe een kracht en rust het me geeft! Lief, je wéét 't niet, hoe noodig ik je heb, - hoe ik zonder jou niets kan denken, niets kan doen! Jouw bestaan is de levensnoodzakelijkheid voor het mijne, - jouw leven is de oorzaak, dat het mijne voortduren blijft. - Lief, Lief! houd je van me? heb je me werkehjk, werkehjk, werkelijk hef? O; zeg dan maar, laat iedereen dan maar zeggen, dat ik niets waard ben voor de literatuur, niets, niets, - want

Sluiten