Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

553

me hebt gezegd: „Als je niet zulke goede verzen maakte, zou ik niet zooveel van je kunnen houden als ik doe." En dat heeft me toen juist zoo heel bhj gemaakt, omdat het me de overtuiging gaf, dat er iets vasts, iets werkelijks in me was, waarom je van me houden kon. Maar dit boek, Lief, zou het soort van kunst kunnen zijn, waarvan je niet hield, omdat het zoo lijnrecht tegenover mijn lyrische uitingen staat. Dat zou toch kunnen. Nu vind ik het juist zoo goddehjk-heerhjk, dat je er me zóó over schrijft, heve, heve Lief!

Nu, Liefste, AUerhefste, zal ik maar weer eens gaan eindigen, vind je niet? O, ik houd zoo onuitsprekelijk, onuitsprekelijk, onuitsprekelijk veel van je, Lief!

Een teeder-innigen zoen van

jouw eigen Jean

* *

Bussum, Parkzicht

Ik weet niet, wat ik heb vanavond, ik geloof bepaald, dat ik een soort van heimwee voel naar jou. Of ik wandel, of ik zit, ik moet aldoor aan je denken, en word inwendig-aangedaan daardoor met vaag-verlangende, half-bewuste mijmering en een tikje, niet heelemaal onaangename melancholie, 't Is nu acht uur 's avonds, zoo meteen komt de post; komaan, ik zal maar even wachten, wie weet, wat er in den brief staat, dien ik, zooals altijd 's avonds straks van je krijg.

O, ik voel zoo, dat ik je hefheb, dat ik absoluut niet buiten je zou kunnen, dat je mijn AUes bent, het hcht van mijn ziel.

Daar kwam je brief. O, Lief, wat is dat brieven-schrijven toch onvoldoende! Want zie eens, nu was je onaangenaam-geroerd door wat ik zei van Felix, terwijl je je eigenhjk prettig had moeten voelen, dat ik hem zóó levendig voor me zag, als een werkehjk mensch. Dat ik hem zóó sterk voelde, en toen mijn antipathie-tegen-hem uitte, dat was pure lof voor de artistieke waarde van je roman. Want als het beeld, dat je van hem geeft, onbeduidend of slechtgedaan zou geweest zijn, als verbeeldingscreatie, dan had hij immers

Sluiten