Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

557

O, Lief, wat vind ik het heerhjk, dat je me dat wilt laten doen, die verzen van jou corrigeer en! Dat vind ik zoo'n opperst bewijs van vertrouwen, een vertrouwen, Lief, dat ik rechtvaardigen zal. Ik zal ahes accuraat-precies, volgens je handschrift, in orde maken. Zeg of schrijf jij dan aan Veenstra, dat hij mij proeven en copy stuurt, dan krijg je ze van mij, na spoedige, maar degelijke correctie terug. Ik heb er heusch tijd voor, dus bezwaar je over niets.

En dan wou ik je dit nog zeggen, Liefste. Je hoeft heusch nooit te denken, dat je productie-vermogen op den duur zal te lijden hebben door ons verbond. Integendeel, ik voel den wü en de kracht in me, om je meer en meer te brengen tot het jezelf uitspreken, om je diepste ziel te laten ontbloeien, tot groote werken, waar je ziel in ligt. Wees dus maar zalig-gerust, o, Lief, - ik voel mijn diepste binnenste naar je heen-dringen, en ik zal je de kracht en den moed en de blijdschap geven om te stijgen, steeds te stijgen, in de kunst, zoowel als in t leven.

O, Lief! wat ben je toch een snoes van een fantast over je eigen dingen! Het hindert mij in geenen deele, dat je dat boek hebt geschreven: ik vind het juist heerhjk, ontzettend-heerlijk. Je vindt toch niet, dat ik strak ben geweest in mijn brieven aan jour* Ik zou haast zeggen: o, Lief, dat vervloekte brieven-geschrijf! Maar hoe zouden we op 't oogenblik anders iets van elkaar kunnen merken, - en met met-schrijven was het natuurlijk nog veel erger. Daarom is het onmisbaar, absoluut onmisbaar. Maar er ontbreekt ahes aan, wat toch noodzakehjk bij de woorden hoort: den toon van dé stem, de uitdrukking van de oogen, aües, aües. Ik heb me geen oogenblik strak tegen je gevoeld: ik was integendeel inwendigopgewonden, o, zoo bhj-opgewonden na de lezing van je boek!

Lief, mag ik je eens wat zeggen, waar ik zelf ook over mee kan praten? Je bent in sommige opzichten net als ik. Je krijgt, onbewust, hevige indrukken vaak van allerlei dingen: je ziet dan niets van wat er naast staat of er vlak tegenover, - maar je holt door in jezelf op dien engen indruk, en vliegt dan dikwijls over de aüereerste oorzaak van dien indruk, die dikwijls zeer gering is, of die je heel verkeerd hebt opgevat, heen, en komt zoo in een fantasie-wereld van eigen maaksel, door een droevige stemming gekleurd, waarvan je dan ieder ding precies gaat beredeneeren en aües op zijn plaats zetten, en denkt dan, dat je aües logisch en verstandig hebt gedaan. Let nu wel, Lief, dit is geen veroordeeling van je Zijn, want ikzelf

Sluiten