Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j68

LIEFDESBRIEVEN

O, Liefste, omdat er gisteren met de laatste post een brief van je kwam, had ik er heelemaal niet op durven hopen, dat ik er vanmorgen toch ook een krijgen zou, en daarom was 't juist zoo eenigheerhjk, zoo verrassend-verukkelijk, Lief! O, ikvind'tzoogoddelijk, dat jij 't ook een beetje gezellig vindt, om te komen; nu wordt 't vooruitzicht voor mij nog wel tienmaal, neen, wel honderdmaal heerlijker. Drie weken is nu niet zoo heel lang meer, en vooral als ik werk, gaat de tijd gauw voorbij, 't Zal zalig wezen, als je er bent, en niet zoo overhaast weer weg hoeft te gaan. Want dat maakt zoo'n dag maar half, en lang zoo aangenaam niet, als hij wel kon zijn, wat zeg jij ervan, Lief?

Ach, dat ik weer een beetje treurig schreef, daar moet je maar heelemaal niet op letten, hoor; want dat gevoel verdwijnt weer heelemaal door een brief van jou; het is, wat je: mijn eenzaamheidsstemming zou kunnen noemen. Maar dat je nu komt, en al zoo gauw, dat doet me alles heel anders inzien, dat stemt me, zonder dat ik er bewust over denk, zoo kalm-opgewekt en zoo vroolijk van binnen. O, ik ben zoo echt-gelukkig nu!

Je vroeg naar mijn lieve Moeder: ja, Mama is, goddank, veel beter. Ze komt weer beneden, en kan van tijd tot tijd zelfs eens uitgaan. Haar hartelijke groeten aan haar „aanstaanden grooten zoon", en ook die van Jacq!

Ik heb je gisteren niet zoo erg veel geschreven, is 't wel, maar ik moest, behalve mijn gewone „Walden-taak" nog een dames-rubriek en een schets schrijven. Toen ik weer thuis-kwam van mijn gehol voor de tweede maal naar de post, ben ik mijn schets gaan afmaken. O, Willem, je zou er dikwijls om moeten lachen, hoe comisch het eigenlijk met die schetsen gaat. In 't begin van de week denk ik: „Jeanne, als je nu eens een idee krijgt, houd dat dan vast." Maar meestal vergeet ik 't, en zit dan Woensdag of Donderdag totaal denkbeeldloos voor mijn papier, en toch krijg ik altijd mijn vereischte lengte vol. 't Is grappig, Lief, maar als ik tegen mezelf zeg: „Dat en dat moet dan en dan klaar wezen," dan // 't dok altijd klaar, ik heb nog nooit tevergeefs op mijn eigen kracht vertrouwd. En nu ik er een beetje handigheid in krijg, is dat schetsen-schrijven heusch geen onaardig werk; als je hier bent, zal ik je er eens eenige van laten lezen als je wilt.

Dag, lieve Lief, een hartelijken zoen van Jean

Sluiten