Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

589

Lief, ik ben hier tusschen door gaan eten, en het is nu zeven uur: deze moet dus weg.

Met diep-teedere liefde

jouw eigen Willem

* *

Bussum, Parkzicht 12 Aug. '99

Allerliefste,

Het is nu Zaterdagavond, maar ik begin toch al vast aan je brief voor Maandagmorgen. Zooeven kreeg ik een briefkaart van Thym. Hij vraagt, of wij in Augustus willen komen, maar September is ook goed, schrijft hij er bij. Ik heb hem geantwoord, dat wij liefst in September zullen komen, want dat heen-en-weer-reizen op één dag van den Haag naar Baarn, daar heb je niet veel aan, is 't wel, Lief? En in September ben je toch hier in Bussum, dus dan gaat het veel beter.

Ik vind het zoo heerhjk je te hooren verklaren, dat je „zonder terughouding" tegen me spreekt. Want waarom zou je je terughouden? Er zit niets slechts of leehjks in jou. En dit zeg ik nu niet tegen je in een opgewonden verhefdheid, maar omdat het zoo is. Want de minste slechtheid of leelijkheid treft altijd en overal de reuk-organen als het ware van mijn ziel als iets hinderlijks of antipathieks. Dus dan had ik het al lang gemerkt, als er bij jou iets minder goeds of onedels was in eenig gedeelte van je ziel. Ik had het dan door mijn hefde kunnen excuseeren of verdonkeremanen, maar voor mijzelf had ik het toch niet heelemaal kunnen wegmaken. Mijn zedelijke reuk is zeer scherp ontwikkeld en bedriegt mij nooit. Jij bent, ook psychisch, zoo zuiver en vlekkeloos als versch-gevallen sneeuw. Ik spreek hier heusch niet als je aanstaande, maar als kalm-objektief, fijn-reukig psycholoog.

Maar 't is over eenen, en ik ga nu naar bed. Van uit de verte strijk ik met mijn hand nauw-voelbaar langs je haren, en zeg teeder, terwijl ik mijn oogen een beetje voel vochtig worden: Goeden nacht, Lief! slaap zacht en droom heel mooi!

'tls nu Zondagmorgen; ik kreeg zooeven je brief, 't Is beneden weer „muziek" van Juffr. Linn; ik kan dus op het oogenblik niet

Sluiten