Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

593

mijn daden worden onder jouw onwihekeurigen invloed verricht 1 O, Lief, ik heb je zoo heerlijk lief, zoo onuitsprekeHjk-innig, zoo teeder-diep, - ik heb je eindeloos en onvergankelijk lief! Jij bent mijn eenig heil, mijn alles-op-de-wereld, het licht-van-mijn-leven, Lief! Ik heb je Hef, ik heb je Hef!

Voor eeuwig:

jouw eigen Jean

* *

O, Liefste, ik voel 'tzoo, ik merk 'tzoo, en ik vind 't zoo'n verrukking 't je te kunnen zeggen: dat ik door jou, door den zaligenden invloed van jouw Hefde-en-kracht, langzaam, maar gestadigaan word, en eindelijk eenmaal volkomen wezen zal, wat ik misschien voorbestemd was om te zijn, maar wat ik aUeen nooit, nooit had kunnen worden, wat ik-aüeen nooit, nooit-m-der-eeuwigheid bereiken zou! O, allerlei duigen, die wel in me waren, maar altijd latent zouden gebleven zijn, die vertoonen zich nu, die beginnen zich nu te ontwikkelen, voortdurend, voortdurend, totdat ze eenmaal tot volmaaktheid zullen zijn gebracht. Dat wonder, dat prachtige wonder, dat doe jij aan mij, Lief! Jij verandert me, jij vervormt me, jij verbetert me, zonder dat je er den bewusten wil toe hebt! O, ik zag niijzelf altijd voor zoo koud en gevoeUoos aan, - maar nu weet ik, dat het eindelooze, diepe, waarachtige gevoel altijd in me is geweest, - maar dat het aUeen maar ongebruikt in mij bleef, omdat het zich aan niemand geven wou of kon. Al het mooie, al het goede in me, dat breng jij te voorschijn, Lief, - aües wat er voor reins en zuivers in me sluimerde, dat wordt opgeroepen door jou! O, dat ik voor je leven, dat ik je aUes wijden mag, dat ik je mijn kracht, mijn wil mag geven, de uiting van mijn gedachten, de teerste essentie van mijn ziel! Voel je nu, hoe zielsveel ik van je houd, begrijp je nu, dat jij mijn aües bent? O, mijn leven, mijn leven, dat nu niet langer nutteloos, waardeloos is, dat ik mag geven aan jou, - o, mijn doeUoos bestaan, dat nu niet langer leeg en eenzaam is! O, als je zegt, dat je gelukkig bent, en ik me durf verbeelden, dat dit is door mij, dan trilt er iets in me van diepe, innerhjke vreugd, van bUjden trots, dat ik nu niet meer onnoodzakelijk, vergeefs op aarde leef! Dat zaUg besef geef jij me, Lief, en ik kan je de innige verrukking daarvan niet zeggen, Lief! O, me te verbeelden, dat wij,

Sluiten