Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

59&

LIEFDESBRIEVEN

mij houdt. Och, toe, Lief, vergeef me maar, dat ik dit zei: ik wou eigenhjk aheen maar er mee te kennen geven, dat ik 200 ontzettend naar je verlang. Toe, Liefl 2al je er heusch niet boos of treurig over 2ijn? Zal je er 2elfs heelemaal niet over denken? Waarachtig! ik voel, dat je mij hef moet hebben, want anders had je niet 200 gedaan. Ik wou dan ook aheen maar zeggen, dat ik hier 200 aheen zit met mijn gevoel, dat ik het uit zou wülen roepen door de luchten, dat ik je liefheb, en dat ik het toch aldoor in mezelf moet opsluiten, en kalm-onverscMUig praten met de vreemde menschen om mij heen. Begrijp je nu, Lief, hoe ik 200 iets kwam te 2eggen? Ik 2al het heusch nooit meer doen, dus, toe, vergeef me maar. Lk 2ei het, met omdat ik jouw Hefde minder zag, maar ik voelde mijn eigen liefde opeens 200 sterk, dat al het andere er bij verdween. Begrijp je 't nu, Lief?

God, dat vind ik 200 verrukkelijk, dat wij later niet als twee, maar als één zullen 2ijn! Nooit oneenigheid en nooit misverstand en nooit apart te staan van elkander; o, zaligheid, dat ik je in aües helpen mag, waarin je maar wÜt, met de algeheele kracht van mijn ziel! Och, Lief, weet je, wat het is, ik voel mij nu eens 200 week en teer-sentimenteel, en dan weer opeens 200 vlammend-hartstochtelijk, en om mij heen is toch niets dan leege lucht. Want jij bent er niet, jij, naar wie ik verlang. Waarachtig, 2onder jou voel ik, dat ik maar half ben. Ik wü heelemaal niets anders zijn als jouw jongetje en je hebt mij maar te bevelen met een wenk van je hand. Ik zal altijd zoet en Hef en aardig zijn, wees daar zeker van!

O, Lief, ik houd ontzettend veel van je, en jij houdt ook van mij, en wij zullen verschrikkehjk-gelukkig samen zijn, dat verzeker ik je, en dat verdien je ten voüe, omdat je een engel van een mensch bent, zooals er geen andere op de wereld is.

Toe, Lief, vergeef me maar: jij houdt net zooveel van mij, als ik van jou, ieder op zijn manier, en we zuüen verwonderHjk-gelukkig zijn! En ik zal je zoenen, tot je niet weet, waar je bhjft. „Ft donc, zegt Jeanne, „daar ben ik niets van gediend, heusch niet! Want ik „ben een zedige Haagsche jonge dame, en die zoent aheen haar „drukker en haar Mama."

Vind je mij nu niet een afschuwelijken jongen, om zulke dingen er uit te gooien? Nu, dan maak üc me heel klein, en kruip in een hoekje, en Jeanne gaat weer peinzen. En dan kom ik opeens stil achter haar, en houd mijn handen voor haar mooie oogen, en vraag:

Sluiten