Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

599

Bij mijn terugkomst was de muziek-juffrouw gelukkig stil; ik kan me dus vrij tegen jou laten gaan. Ik wou je wel eens wat vragen, Lief: geloof jij ook waarachtig, dat ik van jou houd, zooals ik van jou geloof, dat je houdt van mij? Want dat geloof ik nu stellig: je kunt mijn binnenste nog wel met heelemaal kennen, maar je kunt vóelen, hoe het eigenHjk is. O, we zuUen zoo'n heerhjk leven samen kojgen, van werken en pleizier hebben en lachen en opgewekternstig-zijn. Want o, je bent wel eens treurig, maar je kunt ook lachen! Toen ik dat voor de eerste maal van je hoorde op mijn kanier, toen werd ik inwendig zoo razend-bhj. Want ik lijd ook wel eens aan melancholie, maar ik ben toch heelemaal geen naargeestig mensch. En we zullen dus later lachen, dat verzeker ik je hartehjk-onschuldig lachen over allerlei dwaze dingen, die wij opmerken, of er zelf zoo los-weg uitgooien, zooals kinderen doen, die in de vrije natuur aan 't krijgertje-spelen zijn. Maar nu moet ik je toch even wat zeggen, Lief. Het leven is heusch pleizieriger dan de dood, als we maar met zijn beiden zijn. Ik zal alles voor je zijn en ahes voor je doen, en je in ahes helpen, net zooveel als je maar wenschen kunt. Ik zal mij nooit in iets bij je indringen, want van echte nieuwsgierigheid ben ik wel, geloof ik, heelemaal vrij. Behalve als ik merkte, datje in triestheid of norschheid eens onverwacht in jezelf verzonk, - dan zou ik mijn heele levensenergie op de eenige, dat is een zachte en heve manier, inspannen, om je uit die diepte omhoog te halen, en je terug te geven aan je ware Zelf, aan de opgewekte, meevoelende, meedoende, aan de echte Jean. Maar ik geloof eigenhjk niet, dat later, als wij altijd samen zijn, en jij mij heelemaal zult kennen, zooals ik dat dan jou doe, - dat jij dan ooit in jezelf zult hoeven terug te zinken, behalve natuurhjk aheen als je aan t werk bent. 't Is eigenhjk mal, dat ik zeggen ga, wat ik nu ga zeggen, want het spreekt haast vanzelf, - maar ik zal nooit hard of onaangenaam tegen je zijn, - dat weet ik zóó zeker, want daarvoor houd ik te veel en te echt en te diep van jou. En nooit ook zal ik in iets apart van jou gaan staan, behalve, - pas nu op! - als het bt. Niklaas is, of als je bijv. jarig bent. Want dan krijg ik apartjes met koekebakkers of andere vertrouwelingen, waar jij je heelemaal buiten te houden hebt.

Neen, Lief, het ware geluk ligt heusch niet in de rust, het ligt in de actie, als je de actie maar met zijn beiden doet. Want dan ligt toch daarachter de rust, die je óók met zijn beiden hebt, de rust der

Sluiten