Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

602

LIEFDESBRIEVEN

verontschuldiging, om altijd overal voor te kunnen bedanken) en dan heb ik een mooien, langen tijd vóór me. Lieve Lief, zeg me nu eens, vind je 't naar, dat ik je in dien vorigen brief zóó onverholen heb getoond, hoe erg ik op je brieven ben gesteld?

O, heve, heve Lief, mijn berouw wordt nog grooter, als ik zoo van je lees: „Mijn brief heb ik gedaan in de bus van het postkantoor om even half drie, dus ik hoop, dat je hem morgenochtend vroeg al krijgt," of ... „als mijn brief voor drieën op de post komt, dan krijg je hem Maandagochtend met de eerste lichting, geloof ik." O, arme, arme Lief, zóó goed voor ahes te zorgen, zóo overal om te denken] en dan zóó'n brief van me te krijgen 1 O, Lief, o, heve, heve Lief, zeg in jezelf, dat ik vreesehik overdreven en ontzettend kinderachtig ben, maar beschouw verder dien brief maar als een innige appreciatie van je brieyen, zal je dat, Lief? Ik begrijp ook, moet ik je zeggen, volstrekt niets van deze nieuwe post-caprice, jij ?

O, die heerhjke brieven van je - die zaligheid, om er heelemaal echt en ongestoord van te genieten, - o, zooeven zei ik, dat je me eens moest zien, als er géén brief van je was, maar, neen, neen, je moet me zien, als er wèl een brief van je gekomen is, want dat zóu je pleizier doen, Lief! Ach, je bent toch zoo eindeloos goed en eindeloos-hef en eindeloos-vriendehjk voor me, Lief!

Lk ben bhj, dat je aan van Deyssel geschreven hebt, dat we in September zullen komen, dat is veel geschikter, hè?

Van dat verzen-boekje heb ik een present-ex. gekregen; ik vond het ook een vreeselijk komieke historie met die vragen.

O, dat piano-gespeel is een ware hj densgeschiedenis, Lief. Gelukkig hoor ik zoo iets nooit, maar ik geloof, dat ik er half-kranlrdnnig van worden zou.

Weet je, wat ik zoo zalig vind, en wat me zoo'n opperst veilig gevoel geeft? dat ik altijd alles tegen je zal mogen zeggen, dat ik me altijd volkomen zal mogen uitspreken tegen jou. Lief! ik heb het nooit gedacht, het nooit geweten, dat ik daaraan eenmaal zoo'n innige behoefte hebben zou. Ik kan het niet laten, je ahes, ahes, wat in me omgaat, te vertellen, je heelemaal te doen weten, hoe ik ben, en waarom ik zoo ben, opdat je me heelemaal kennen zal, zoo goed, zoo volkomen, als ik mijzelve ken.

Liefste, dat snakken van mij naar rust, - dat is (jij hebt gezegd, wat ik, geloof ik, bedoelde) het smachten naar de rust der harmonie. Ja, ik wist het niet goed, ik begreep het niet goed, maar nu voel ik

Sluiten