Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

605

tets was, dat buiten me stond, terwijl zij nü mijn gansche Zijn vervult Begnjp je me, Lief? begrijp je een beetje, hoe ik het bedoel? O* daarom kan je nü ook aan mijn hefde gelooven, en daarom is er telkens een jubel in mijn toon, als ik je mijn hefde zeg. Je zegt dat ik je gelukkig maak, door het uit te spreken, o, Lief! nu zou ik het wel aldoor, aldoor je wülen toeroepen: ik heb je Hef! zoo eindeloosinnig, 200 teeder-diep, zoo aües-omvattend, als üc niet wist, dat er hefde bestond. Lk heb je Üef, o, hoor je 't, hoor je 't, Lief! Lk heb je hef, jou aheen en voor altijd jou, o, mijn Lief, mijn Geluk mijn Leven! ' F

O, Liefste, je maakt me ook zoo gelukkig door te zeggen dat er mets werkehjk slechts of leehjks in me is. Want geloof me, Lief, jii bent de uitsluitend-eenige, die mij, mü in mijn diepste Wezen kent, die aüeen eenig begrip heeft van mijn ziel, jij kunt dus het besté over mij oordeelen, omdat jij weet, hoe ik ben. Jij hoeft me nooit iets te vragen want ik beloof je, Lief, dat ik je altijd aües uit mezelf zeggen zal ! Dat is voor mijzelf zoo'n zaligheid, dat ik je aües zeggen mag, dat ik jou aües mag toevertrouwen!

Je weet niet, Lief, ja, je weet 't wèl, hoe verrukkelijk ik 't vind, als je zegt, dat je mijn uiterhjk liefhebt, omdat je van mijn innerlijk houdt. Begnjp je met hoe een heerhjk, kalme, veüig-geruste gewaarwording me dat geeft? Dat ik 't zalig vind, dat je zóó voor me voelt? ün daarom Liefste, omdat je daarin zoo goddehjk van andere mannen verschüt, daarom durf üc je zoo open en vrij en onomwonden mJ? eigen hefde zeggen. Begrijp je dat, Lief? - -

Daar krijg ik je brief, dien je vanmorgen schreef, 't Maakt me zoo zalig, Lief, als je me zoo veel wüt schrijven, terwijl 't je niet verveelt of vermoeit. Want wat je brieven voor me zijn, de waarachtige waarde die ze voor me hebben, nu jij nog niet bij me bent, ik zou t je willen zeggen, maar, helaas, ik kan 't niet. Kon je 't maar weten welk een blijdschap, welk een blijvende, zalige vreugd je me geeft' O, heve, heve Lief, mijn Eenige, mijn Schat, mijn AUes! O, ik heb je hef zoo heerlijk, zoo hoog, zoo machtig, zoo volkomen, dat mijn heele Zijn zich door mijn hefde verwijdt, ach ontspant, zich verruimt door dien geweldigen zieledrang! O, zeg me, zeg me, Lief, zal er ooit iets heiligers, grootschers, en méér superieur dan omte Hefde bestaan? Ik heb je hef, ik aanbid je, want je bent méér dan een mensch, en daarom wü ik voor je knielen, en ik werp mijn lot

Sluiten