Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6io

LIEFDESBRIEVEN

Bussum, Parkzicht 15 Aug. '99

Lief, ik wou je nog even iets geruststellends zeggen, niet als een uiterlijke gemststelling, maar omdat ik het meen. Je moet heusch, als je verdriet hebt of bezwaren of gedachten, die ompleizierig zijn, dan moet je heusch nooit anders doen dan je mi doet: neen, je moet mij die innerhjke kwellingen altijd blijven vertellen zooals nu, en nooit jezelf laten weerhouden van de mededeeling ervan door de gedachte, dat je mij misschien last zou veroorzaken, een last, dien je mij besparen moet. Want dat zou op zoo'n oogenblik heel nobel kunnen bedoeld zijn, maar op den duur en in de gevolgen zou het natuurhjk veel erger voor mij zijn, dan dat je ahes rondweg had geuit. Want als je je verdriet m jezelf hield opgesloten, dan zou ik net natuurhjk tóch aan je-merken, dat je iets had, wat je hinderde of zoo, en zoo zouden we, ieder van ons, langzamerhand een heel apart inwendig leven krijgen, twee levens dus, die nog maar toevallig van tijd tot tijd met elkander zouden kunnen harmonieeren, zoodat dan elk van ons beiden, zonder noodzaak, ongelukkig worden zou. Terwijl, als je mij ahes vertelt, - dat zal dan wel eens niet vroohjk kunnen zijn, maar door de diepe sympathie, die ik voor je voel, zal het mij toch nooit kunnen kwellen of kwetsen, en omdat je niet aheen een gevoehg, maar ook een verstandig meisje bent, zullen wij zonder al te veel lyriek, er over kunnen praten, en zal het door wederzijdsch gevoelend begrijpen weer in orde worden gemaakt. Want, Lief! ik heb zoo duidelijk gemerkt, dat je je nooit aanstelt: je klagen en je treuren is wel eens, - en gelukkig maar! - objektief gezien, zonder een je droefheid rechtvaardigenden grond, maar er leeft toch altijd in jezelf een werkehjk-bestaand gevoel, of een opvatting, waar je uiting de weergave van is. Daarom, Lief, - je weet het nu, geloof ik, wel: ik ben het tegenovergestelde van een Blauwbaard of een éénling, al houd ik mij van de menschen over 't algemeen ook apart, en daarom zeg ik je: bhjf mij altijd je smarten meededen, dan zullen wij er met zijn beiden een eind aan maken, zoowaar ds ik Wülem heet, en jou blijvend in hefde vereer!

Ga dus nooit denken, dat je brieven mij zouden vervden, d ben je droerig: ben ik dan niet je aanstaande, niet door mterhjke overeenkomst aüeen, maar met hart en ziel en door eigen verlangen? en moet ik dus niet staan vootjouw smarten óók, niet omdat een gevoehg

Sluiten