Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE PERIODE

623

niets zal daar invloed op hebben, niets zal daar ook maar 't minste aan kunnen veranderen, niets zal de opperste volkomenheid daarvan kunnen raken, niets, niets, want mijn vertrouwen is een deel van mijn hefde, de vaste grondslag daarvan, en de onwankelbaarveihge steun van mijn leven. Ik heb je hef, o, Willem, mijn Liefste, mijn Lief; ik heb je hef met alles en alles wat mijn hoofd en hart bevat, met elke drooming van mijn ziel, met elke trilling van mijn wil! Ik ben voor jou, van jou; tot in eeuwigheid zal ik je eigendom zijn, met altijd dezelfde hefde, dezelfde teederheid, dezelfde trouw. Om jou, door jou heb ik het leven hef; ik wil, o, ik wil leven voor jou en ik ^al dat ook, - al wat ik heb, zal zijn voor jou en alles wat ik krijgen of mijzelf verwerven zal. Lief, eindeloos, eindeloos diep heb ik je hef, met een heerlijk, zalig, eeuwig-teeder gevoel: ik heb je hef omdat je mijn AUes bent, - je bent mijn AUes omdat ik je hefheb, Lief. O, en dat je zegt me noodig te hebben, dat ik iets ben in je lot, o, mijn eenig Lief, je maakt me zalig daarmee! O, laat mij mijn hoofd aan je schouder mogen leggen, en sla je arm dan om me heen, o, lieve, lieve Lief, en laten we elkaar dan toefluisteren, zacht: „Ons heele, heele leven zuUen we zóó samen zijn!" Mijn Liefste, mijn lieve, mijn eenige Lief, ik zoen je met innige, teedere zoenen van hefde, - jij bent mijn AUes, mijn AUes, o, liefste, éénige Lief!

Tot aan het einde der tijden

jouw eigen, eigen Jean

* *

Ach, Lief, nu is er geen brief van je gekomen om half vijf, het zal wel toevaUig zijn, maar, o, 't heeft me toch een poosje zoo diep ongelukkig gemaakt; o, Lief, ik kan smachten naar den tijd, dat je hier zal zijn, dat ik nóóit meer die rampzaUge momenten behoef door te maken, - want o, ik geloof, dat mijn verstand dat op den duur met zou kunnen verdragen! Lief, Lief, mijn verlangen naar je is nu zoo ontzettend, zoo hevig, dat ik niet weet, hoe ik het uithouden zal! O, dat je middag-brief toch niet gekomen is, juist nu, juist nu ik er zoo'n snakkende behoefte aan heb! Ik heb in je brieven nagezien, dat s Woensdags de barbier bij je komt, maar de vorige week kreeg ik tóch wel mijn brief. Lief, die vreeselijke onrust, die gejaagdheid van me, die zijn het bewijs van mijn hefde!

't Spijt me, dat ik je zoo schreef over dat woning-plan, omdat jij

Sluiten